Sydney (donderdag 27 juni 2002)
 Vanavond
om zeven uur vlieg ik alweer terug naar Nieuw-Zeeland. Overnachten
in Christchurch, de volgende morgen met de eerste bus naar
Dunedin. In totaal een tocht van zo’n zeventien uur:
twee uur inchecken, drie uur vliegen, zes uur slapen, zes
uur rijden. In Dunedin is het nu winter. En dat betekent
ook echt winter. Niet de zachte temperaturen die ik me voor
mijn vertrek uit Nederland had voorgesteld. Vorige week
werden zelfs enkele wegen en landingsbanen op het Zuidereiland
tijdelijk gesloten wegens hevige hagel- en sneeuwval.
 Sydney
is mede daarom een zeer welkome afwisseling, want koud wordt
het in deze stad eigenlijk nooit. De zon schijnt nagenoeg
altijd en zelfs in de winter is de temperatuur aangenaam
tot goed. Een dagje strand is heerlijk, het zeewater aangenaam.
Maar ondanks alle ingrediënten voor een onbezorgde
vakantie, voel ik me een beetje vreemd. Dubbel. Alsof ik
niet volop geniet terwijl ik volop geniet. Mijn tien dagen
in Sydney.
De dag dat mijn Spaanse vriend Christian en ik landen op
het vliegveld van Sydney, betekent voor ons tevens het einde
van het semester aan de University of Otago. Vijf maanden
studeren in Dunedin - het zit er alweer op. Ongelooflijk,
wat is het snel gegaan. Begin februari vertrokken uit Amsterdam,
twee weken geleden in Dunedin mijn laatste tentamen gemaakt
en vandaag alweer mijn laatste dag in Sydney.
Tijd en afstand hebben de afgelopen maanden een andere betekenis
gekregen. Met de auto van Groningen naar Maastricht, voor
velen een lange rit. Misschien zelfs te lang. Maar is de
afstand echt zo groot? Hoeveel uren ben je precies onderweg?
In Nederland is alles zo dichtbij, maar vaak namen we de
tijd niet om dit te zien. En om daadwerkelijk te gaan. Elke
stad is een ander wereldje. Een uniek wereldje. En Nederland
biedt ons juist vanwege de geringe afstand en tijd een ideale
mogelijkheid om deze wereldjes te bezoeken, te observeren
en te onderzoeken.
Tijd en afstand hebben vooral te maken met perceptie, hoe
iemand minuten en meters ervaart. Aan het begin van het
semester dacht mijn Amerikaanse vriend Wade dat als je in
Amsterdam woont, je regelmatig boodschappen doet in Berlijn
en winkelt in Parijs. Ik moet toegeven, zijn kennis van
de Europese landkaart was niet optimaal, maar zijn opmerking
was voor mij vooral een bewijs dat hij tijd en afstand heel
anders ervaart. Wade vertelde me dat hij uren in de auto
moet zitten om de dichtstbijzijnde supermarkt te bereiken.
De afstanden in Amerika zijn simpelweg veel groter, net
zoals in Nieuw-Zeeland en Australië. Tien uur in de
auto op een dag, van de ene stad naar de andere en terug,
is geen uitzondering. Gewoon even wat vrienden op het vliegveld
afzetten…

Na onze landing op het vliegveld van Sydney nemen Christian
en ik de shuttle bus naar de binnenstad, op zoek naar een
backpackers hostel. Het is een rit van zo'n twintig minuten
en het valt ons meteen op hoe uitgestrekt de Sydney is.
De stad is misschien gecentreerd rondom de Port Jackson
haven, de buitenwijken spreiden zich uit over maar liefst
1800 vierkante kilometer. In Sydney wonen ruim vier miljoen
mensen (circa 20 procent van de totale bevolking), waaronder
veel immigranten uit Europa en Azië (rond de 25 procent).
Dat Sydney een erg multiculturele stad is, wordt ons meteen
duidelijk door het WK voetbal.
Op de avond van de kwartfinale Spanje – Zuid-Korea
zitten Christian en ik een Spaanse bar. Drie verdiepingen
afgeladen met gepassioneerde Spanjaarden. Om me heen veert
iedereen enthousiast op als de bal rond het vijandelijke
doelgebied komt. Furieus zijn ze als een doelpunt van Morientes
onterecht wordt afgekeurd. Aangeslagen als Zuid-Korea uiteindelijk
de strafschoppenseries wint. Voor mij tijd om de bar te
verlaten.
Eenmaal buiten is het haast onmogelijk om de feestende mensenmassa
te ontwijken. De straten van Sydney zijn voor even veranderd
in Zuid-Korea: claxonerende auto, juichende mensen, rondwapperende
vlaggen. Enkele straten in de binnenstad zijn onbegaanbaar
voor auto’s en de politie moet noodgedwongen enkele
wegen afzetten. Even lijkt het alsof het uitloopt op een
confrontatie tussen de enthousiaste Zuid-Koreanen en de
teleurgestelde Spanjaarden (uit mijn bar), maar politie
te paard biedt uitkomst. Tot diep in de nacht zijn de lofuitingen
van de Zuid-Koreanen te horen.
 Christian
en ik besluiten van onze week samen in Sydney een actieve
vakantie te maken. De eerste dag komt hier nog niets van
terecht, want de nachtvlucht van Christchurch naar Sydney
heeft ons danig uit ons ritme gehaald. Het lijkt op een
jet lag, maar kan dat? Nieuw-Zeeland en Sydney verschillen
namelijk slechts twee uur van elkaar. We verkennen de stad
even, maar brengen het grootste gedeelte van de dag door
in onze tweepersoons kamer in BakPak, een voormalig hotel
en nu comfortabel backpackers hostel in het centrum van
Sydney (Pitt Street, parallel aan de hoofdstraat George
Street). Bakpak werkt samen met allerlei organisaties en
kan daardoor enorm veel (goedkope) activiteiten voor ons
regelen.
Daar maken Christian en ik dan ook gretig gebruik van.
vorige
reisverslag (Nieuw-Zeeland) | volgende
reisverslag |