De Llama Trophy (20-7-2001)
Nadat we de keiharde voorrondes (85 US$ betaald en een
slaapzak veroverd) van Colque Tours (de organisator) hadden
overleefd werd het tijd om al die verliezende watjes achter
ons te laten en aan het echte mannenwerk te beginnen; De
Llama Trophy. De kenners onder jullie hebben natuurlijk
allang door dat het hier de wat zwaardere variant van de
alombekende Camel Trophy betreft. Niks geen gedweeë
kamelen met vette waterbulten, maar gewoon een stelletje
naar je tuffende llamas die de pest hebben aan bikkels zoals
Robert en ik.
 Kalm,
kalm Jeroen. Je moet nog vier dagen met de vierwiel-llama
door het onherbergzame Bolivia rijden. Hoe dan ook, samen
met een geheel Nederlands pratende equipe (Annemieke &
Arno uit NL, Griet en Thomas uit BE, Robert en ik uit NL)
gaan we de eerste dag rond 10.00 op pad om de eerste hindernis
het hoofd te bieden; De Salar de Uyuni!
 Echt
waar, zo zout had ik het nog nooit gegeten. Wit, wit en
nog meer wit en dat meerdere uren lang. Aangezien het zout
er toch maar lag, had een slimmerd bedacht dat ie er wel
een hotel van kon bouwen. Zo gezegd, zo gedaan! Daarom konden
Robert en ik binnen een paar uur alweer mooi even relaxen,
gezeten aan een zoutentafel op zoutenstoelen.
 Na
tien minuten in het zouthotel te hebben doorgebracht stappen
we weer in de vierwiel-llama en rijden we richting Viseiland.
Onderweg zien we de meest wezenloze landschappen. Lucht
en land lijken in elkaar over te vloeien en mijn fototoestel
moet bijna met wat vlugzout worden bijgebracht vanwege het
vele uitputtende werk.
 Waarom
het eiland VISeiland heet is me een raadsel (zeker weer
niet goed opgelet tijdens de uitleg van onze gids-chauffeur),
want er is geen vis te bekennen. Het enige wat ik zie zijn
cactussen, de ene nog groter dan de ander. Na deze prikkelende
ervaring is het alweer tijd om terug te keren naar Uyuni
om vanaf daar een alternatieve route te nemen voor het vervolg
van de Llama Trophy (de Salar stond onder water en de wedstrijdleiding
achtte het niet verantwoord om er in zijn geheel doorheen
te rijden....WATJES!).
Vanaf Uyuni rijden we naar het plaatsje San Cristobal om
te overnachten. Aangezien de eerste dag onze equipe ver
achterin het wedstrijdveld lag, zijn alle luxe hotels (de
Ritz, het Hilton) al vol en moeten we genoegen nemen met
een primitief onderkomen. Dankzij onze geweldige kok-gids-chauffeur
Eddy en wat lokale hulptroepen eten we er goed van en kunnen
we net voor middernacht in onze afgrijselijk gore slaapzakken
kruipen. Het weer is er ondertussen niet warmer op geworden
en ik ben blij dat ik de volgende ochtend wakker word zonder
bevroren lichaamsdelen.
 Na
een ontbijtje zijn we deze keer niet als laatste weg en
maken we veel kilometers en een goede tijd. Onderweg komen
we nog langs een gestrande 4W-llama van een andere ploeg.
We stappen even uit, lachen en kijken wat, en dan pas helpen
we ze uit de brand (oh nee wacht, het water en zand). Verder
rijden we onder meer langs drie verschillende lagunes, waarvan
eentje zelfs bevolkt is door flamingos. Onze vierwiel-llama
kan zijn geluk niet op, want gedurende de lunch bij het
flamingomeertje staan er massa's van zijn tuffende vriendjes
een beetje dom voor zich uit te staren en te wachten op......ja,
wat eigenlijk?
 Ook
gedurende deze pitstop pakken we weer wat kilometers en
tijd op de andere equipes. Zo arriveren we als één
van de eersten bij het volgende controlepunt; De Stenen
Boom. Ik verwaardig mezelf niet eens om uit de auto te komen,
want we moeten toch echt in die kopgroep blijven willen
we een kans maken op de eerste plaats in de Llama Trophy.
Eddy wordt daarom aangemoedigd om er de vaart in te zetten
en snel richting Laguna Colorada te rijden. Op de één
of andere manier is er toch wat misgegaan, want bij aankomst
bij de bloedrode lagune zie ik de meerderheid van de ploegen
er alweer met hun vierwiel-llama staan. Aangezien we er
genoeg van hebben om altijd als laatste aan te komen en
met de minste onderkomens genoegen te moeten nemen, besluiten
we Eddy even wat peppillen te voeren en hem ervan te overtuigen
dat we verder moeten rijden op zoek naar andere kampementen.
Gelukkig heeft Eddy nog wat vriendjes opgedaan gedurende
zijn drie-jaren-tour bij een Belgisch bedrijf dat de lokale
vulkaan exploiteert en dus stelt hij voor om daar op de
compound te gaan slapen. We rijden ondertussen verder op
een hoogte van 5000m en verscheidene van mijn ploeggenoten
beginnen vreemde verschijnselen te vertonen. Eentje had
al hoogtevrees (rottig als je op 5000m hoogte zit) en de
ander begint aanvallen van meligheid te krijgen. Hoe dan
ook, we komen uiteindelijk bij de compound van het chemische
bedrijf aan en Eddy holt naar beneden op zoek naar zijn
vrienden. Na een minuut of vijftien beginnen we het ergste
te vermoeden; Eddy is omgekocht door de concurrentie en
ligt nu ergens te genieten van de hoogste kwaliteit coca
en een fles Jack Daniëls.

Twintig minuten later komt Eddy echter weer tevoorschijn
en kunnen we gerust ademhalen. In plaats van al zijn vriendjes
is er nu een legertje douanepersoneel en militairen gelegerd.
Deze houden toezicht op de smokkel van drugs en andere goederen
van Chili naar Peru en vice versa. Aangezien Nederlanders
en de Nederlandse regering nogal bekend staan om hun liberale
houding tegenover drugs leek het de gezagsdragers niet verstandig
om ons in hun midden op te nemen. Deze mededeling stelt
ons voor een dilemma; gaan we terug naar de rode lagune
om daar ons kamp op te slaan (the easy way out) of rijden
we door naar de groene lagune in de hoop dat we daar een
slaapplaats kunnen vinden (the hard way). Je raadt het al,
we kiezen ervoor om door te rijden naar de groene lagune.
Dit zal ons niet alleen een grotere voorsprong bezorgen
ten opzichte van onze tegenstanders, maar tevens betekent
dit een iets lagere hoogte.
Na een uurtje of twee komen we in het pikkedonker aan bij
Laguna Verde (de groene lagune) en tot onze stomme verbazing
zien we een stuk of vijf 4W-llamas staan! Zijn ze ons nu
weer te slim afgeweest? Zoals altijd is de Ritz en het Hilton
weer volgeboekt door de rijke toeschouwers van de Llama
Trophy en dus moeten we met zijn zessen in een muf en koud
hok de nacht door brengen. Die nacht kan ik de slaap maar
niet vatten. Zou het de 20-30 graden onder nul zijn geweest
of misschien die vieze vuile gore slaapzak met een lucht
als van een al veertig dagen in de brandende zon rottende
llama? Misschien wel een combinatie van beide.
De volgende morgen sta ik vrolijk weer op (blij dat de nacht
over is en ik uit dat verderflijke oord weg mag) en is het
tijd voor het afscheid van het andere Nederlandse deel van
onze equipe. Arno en Annemieke hebben namelijk nog een andere
Trophy te rijden van Bolivia via Chili naar Peru. Nu we
nog maar met vier man/vrouw zijn, moeten we er extra hard
aan trekken om nog die eerste plaats te bemachtigen. We
spreken even met Eddy de mogelijk strategieën door
en we besluiten er helemaal voor te gaan. In plaats van
de tocht in vier dagen af te leggen gaan we het in drie
dagen proberen. Dat houdt dus in dat we aan één
stuk door moeten doorrijden om laat die avond weer in Uyuni
aan te komen.
We leggen ons plan aan de wedstrijdlijding voor en deze
gaat akkoord onder de volgende voorwaarde: 'We moeten twee
personen uit een andere equipe met ons meenemen'. Eigenlijk
hebben we daar helemaal geen trek in, maar gezien onze overwinningsdrang
geloven we er toch aan. We nemen twee Israeliërs op
om de leiding tevreden te stellen en vertrekken rapido weer
terug richting Uyuni.
Na een uurtje of vijf opgepropt te hebben gezeten in de
vierwiel-llama kan ik er niet meer tegen. Mijn benen zijn
gevoelloos en als we uiteindelijk even uitstappen om een
kleine rustpauze te nemen, zakken mijn knieën praktisch
hydraulisch weg. Na een shotje Coke en wat chocolade ben
ik weer helemaal startklaar. We wisselen nog even van plaats
om het lijden eerlijk te verdelen en beginnen aan het laatste
onderdeel van de Trophy.
Zwaar vermoeid en stinkend komen we die avond rond 21.30
als eerste in Uyuni aan. Waar we juichende mensen, cameraploegen
en een droomprijs hadden verwacht, vinden we in het geheel
niets. Een hotel op eigen kosten is het enige wat eraf kan.
Niettemin accepteren we de poedelprijs graag en slapen we
voor het eerst weer in de bewoonde wereld met zijn krakende
bedden, lauwe douches en af en toe onbegrijpelijke inwoners.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|