Mijn verhaal (25-7-2001)
Gezien mijn relatie met een échte mijnbouwvrouw
moest het er uiteindelijk een keertje van komen; Jeroen
als mijnbouwman! Samen met Robert boek ik voor de maandag
een tourtje voor een bezoek aan de befaamde (zilver)mijnen
van Potosí. Die maandagochtend worden we om 9.00
samen met vier andere Nederlanders en nog twee Zwitsers
in een jeep gepropt en begeven we ons richting de 'minersmarket'.
Op deze markt kunnen de mijnwerkers alle mogelijke benodigdheden
kopen voor hun dagelijkse werk. Van brandstof voor de lampen,
pikhouwelen tot dynamiet; het wordt gewoon allemaal op straat
en in de winkel verkocht! Omdat een groot gedeelte van de
mijnen nu cooperatief is, moeten de mijners al hun spullen
zelf aanschaffen. Omdat de toeristen bij gratie van de mijnwerkers
de tours in de mijnen mogen maken, is het gebruikelijk een
aantal spullen voor de mijnwerkers mee te nemen. Samen met
Robert schaf ik wat dynamiet en carboniet voor de mijnlampen
aan, zodat we er niet met lege handen aankomen. Verder kopen
we nog wat cocabladeren en sigaretten, aangezien dit de
dagelijkse kost is voor en van de mijnwerkers.
 Na
alle inkopen op de minersmarket neemt onze gids ons eerst
mee naar de top van een berg om daar enige uitleg te geven
over de historie van Potosí en de mijnen aldaar.
Aangezien ik een behoorlijk slecht geheugen heb voor geschiedenisfeitjes
moet ik jullie het antwoord op eventuele vragen schuldig
blijven. Gelukkig werkt mijn geheugen altijd weer beter
na een paar heftige explosies en alsof ik de duivel op zijn
staart trap.... Raul (onze gids) gaat prompt samen met zijn
hulpje Rafaël (jochie van negen) even de berg af om
wat explosies voor te bereiden. Even later zie ik ze al
schreeuwend terug de berg op lopen en het aftellen kan gaan
beginnen. De lont is ongeveer voor drie minuten, dus Robert
en ik hebben de tijd om onze fototoestellen explosieklaar
te maken. Plots een harde knal, een drukgolf en ik word
bijna van mijn sokken geblazen. Mijn oren suizen nog terwijl
Raul ons mededeelt dat indien we de eerste explosie er niet
op hebben kunnen krijgen, nu de tweede in aantocht is. De
tweede explosie is wat kleiner en voor de afwisseling blijf
ik in balans. Ja, het leven van een wereldreiziger is niet
zonder gevaar..:)
 Eindelijk
is het dan tijd voor het echte werk; we gaan de mijnen in.
Raul maakt nog snel even de mijnlampen klaar voor gebruik,
terwijl wij nog vol angst naar de brandgaten in onze jassen
kijken (is er de vorige keer soms iets mis gegaan?). Nu
iedereen voorzien is van een lamp, helm, jas en laarzen
is het even fototijd. Je weet tenslotte nooit hoe, en of
je er weer uitkomt.
De mijnen blijken pikkedonker, vol met verraderlijke gaten
en lage gangen te zijn. Ik ben uitermate gelukkig met mijn
helm, want ik stoot om de haverklap mijn hoofd tegen stenen.
Ook zitten de muren vaak vol met asbest en gezien mijn geweldige
gevoel voor evenwicht grijp ik er meerdere malen met beide
handen in.
Tijdens onze kruip, buk en moddertocht (er lag nogal wat
blub in de gangen) komen we langs een aantal van de mijnwerkers.
Terwijl Raul ons uitlegt wie de betreffende persoon is en
wat hij doet, voel je de grond onder je voeten vandaan zakken.
Sommigen hebben niet eens genoeg geld om laarzen en een
helm aan te schaffen! En daar lopen wij dan als een stelletje
rijke toeristen langs (in volledige outfit) alsof het aapjes
kijken in de dierentuin is. Het enige wat we op dat moment
kunnen doen is de gekochte cocabladeren en sigaretten uitdelen.
De mijnwerkers in kwestie maken zich er in ieder geval minder
druk om dan wij. Ze zijn gewoon erg blij en dankbaar met
de afleiding en de door ons meegebrachte presentjes. In
hun ogen leveren wij gewoon een belangrijke bijdrage aan
hun levensonderhoud. Deze constatering maakt hetgeen we
zien weer enigszins draaglijk.
Na anderhalf uur in de mijnen zijn de meesten best blij
om het daglicht weer te aanschouwen, wetende dat de gemiddelde
levensduur van een mijnwerker hooguit tien jaar is na aanvang
van het mijnwerk. Gedurende de terugreis in de jeep is iedereen
verdacht stil. Zou het de vermoeidheid zijn of zit iedereen
te denken aan het gemakkelijke studenten- of werkleventje
thuis in Nederland? Voor mij een vraag, voor hen een weet...
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|