100% Meul (26-7-2001)
 Zondag
24 juni 2001, 18.30 uur. Na een lange vlucht land ik in
een schemerig en mistig Lima. De relatieve rust van de bagagehal
wordt ruw verstoord wanneer ik de aankomsthal binnenloop.
Een chaotisch tafereel doemt voor me op. Tientallen schreeuwende
en duwende Peruanen proberen mijn aandacht te trekken voor
een taxi naar de stad. Even kijk ik vertwijfeld om me heen.
Dan zie ik een lachende blanke jongen ver boven de menigte
uitsteken. ´He Meul, hier moet je wezen´. We
hebben elkaar gevonden. De begroeting is hartelijk. De komende
vijf weken gaan we samen door Peru en Bolivia reizen.
De komende vijf weken zijn nu bijna de afgelopen vijf weken
en voortuitblikken maakt plaats voor terugkijken. Duidelijk
is dat we afgelopen tijd in een razend tempo hebben gereisd.
De lijst met belevenissen is lang: de hectiek van Lima,
pinguins en zeeleeuwen op Islas Ballestas, sandboarden van
de duinen in Huacachina, de vlucht over de Nazca-lines,
uitzicht op de vulkaan El Misti vanaf het dakterras van
ons hotel, de beschadigde kathedraal in Arequipa, condors
in de Colca Canyon, de oude binnenstad van Cuzco, Machu
Picchu, rieteilanden in het Titicacameer, de stop-and-go
in La Paz, carnaval in Oruro, de schitterende treinreis
naar Uyuni, de zoutvlakte van Uyuni, cactuseiland, flamingos,
groene en rode meren, de miners-market, dynamietexplosies,
de mijnen van Potosi, de assertieve vrouwen in Sucre, de
kritische en cynische blik op alles wat we beleefden en
natuurlijk ook de ontmoetingen met andere avonturiers: Michael,
Silke, Jesus, Andy, Kimberly, Arno, Annemiek, Griet, Thomas
en anderen; onze tijdelijke reisgenoten. Maar ook een vliegtuigje
waarvan de radio haperde, naschokken in Arequipa een week
na de zware aardbeving, een anti-biotica kuur om mijn gezondheid
weer op peil te brengen, een militaire escorte om La Paz
te bereiken, diefstal van Jeroen zijn tas terwijl we er
met zijn drieën omheen staan, bedelende kinderen, de
schrijnende werkomstandigheden van de mijnwerkers, ellenlange
bustochten over onverharde wegen met onfrisse medepassagiers,
hoofdpijn door de hoogte en veel koude, ijskoude douches.
Vijf weken avonturieren geeft een nieuw perspectief op een
aantal zaken. Tijd en gelegenheid daarom nu om wat hardnekkige
misverstanden uit de weg te ruimen.
 Peru,
Boliva, Zuid-Amerika, allemaal een pot nat.
Naief, naief, naief. Mensen hebben vaak de neiging om een
beeld te hebben over een werelddeel en al de landen daarbinnen
over een kam te scheren. Onjuist natuurlijk, maar wel een
beeld dat ook bij mij tot voor kort bestond. Deze reis heeft
dat in ieder geval voor wat betreft Zuid-Amerika rechtgezet.
Hoewel Peru en Bolivia beide behoren tot de armere landen
van Zuid-Amerika (in vergelijking met bijvoorbeeld Chili
en Argentinie) zijn er ook tussen deze landen grote verschillen
te bespeuren. Peru is duidelijk rijker dan Bolivia, maar
ook een land zonder zichtbare extreme rijkdom. Bolivia is
als land armer, maar de mensen an sich lijken rijker. De
infrastructuur in Bolivia is bijvoorbeeld gebrekkiger dan
in Peru, maar het aantal luxe 4WD in het straatbeeld veel
groter. Het zijn allebei landen met een prachtige natuur;
die van Peru is schitterend, die van Bolivia bijna onaards.
Peru en Bolivia liggen ver weg, daar zullen dus wel weinig
Nederlanders komen.
Fout, fout, fout. Sinds de KLM heeft besloten Lima in het
vluchtschema op te nemen krioelt het hier van de landgenoten.
Onze reislust blijkt geen grenzen te kennen. Ik vrees dat
we hier de tweede bevolkingsgroep zijn.
 Peru
en Bolivia liggen net onder de evenaar, daar is het dus
altijd lekker warm en heb je een muskietennet nodig tegen
al het ongedierte.
Nee, nee, nee. Ook hier regeert Koning Winter. Op veel plaatsen,
zeker op grote hoogte, koelt het ´s avonds behoorlijk
af. Het muskietennet heeft mijn rugzak dan ook nimmer verlaten,
mijn op het laatste moment aageschafte thermo-ondergoed
des te meer.
Peruanen en Bolivianen houden zich niet aan afspraken en
zijn onbetrouwbaar.
Niet, niet, niet waar. De punctualiteit mag dan wat minder
strikt zijn dan in Nederland toch zijn we de afgelopen weken
zelden of nooit in de steek gelaten. Openbaar vervoer rijdt
min of meer op tijd, reserveringen kloppen over het algemeen
en afspraken worden (soms na enige drang) nagekomen. Dat
je veel zaken meerdere keren moet navragen voor een juist
antwoord komt meer voort uit de feit dat het onbeleefd wordt
geacht te zeggen dat men iets niet weet dan dat men je doelbewust
probeert te bedonderen.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag (Fiji)
|