Maun (31 augustus 2001)
Vanaf de grens 6 uur in de bus naar Maun, het startpunt
voor tochten naar de Okavango Delta. Botswana is enorm duur
voor rugzaktoeristen, omdat de regering liever geen individuele
reizigers heeft en het toerisme op het upmarket toerisme
is gericht. Gelukkig hebben we onze tent bij ons, want hotels
zijn hier echt niet te betalen.
In de bus werden we getracteerd op frisdrank (luxe, niet
meer gehad in de bus sinds Tanzania) en een geinige film
over de San Bushmen in de Kalahari woestijn, een soort ouderwetse
lachfilm. Het meest grappige was aan het eind van de film,
waar de Bushman zijn 2 kinderen terugvindt die per ongeluk
met een watertruck waren meegereden en zo blij is dat hij
achterover valt met de kinderen in zijn armen, waarbij zijn
lendendoekje opwaait. Er was niks te zien, maar de dames
in de bus werden helemaal wild en gingen joelen en klappen.
In Maun zijn we eerst naar een hippopool gereden (geen
hippo's (nijlpaarden) te zien overigens) en daarna naar
een wildparkje vlakbij de stad, waar je gratis in mag lopen
zoals je bij ons op zondag in het park gaat wandelen. Alleen
waren hier echte wilde dieren te zien; we zagen wilde zwijnen
en 6 giraffes van heel dichtbij.
's Avonds zijn we naar een afscheidsfeestje van een Engels
stel geweest, in een oude elektriciteitscentrale die verbouwd
was tot bioscoop annex bar/restaurant. Heel hip en trendy,
had zo in Amsterdam kunnen staan.
vorige
reisverslag (Malawi) | volgende
reisverslag
|