Van niets, naar iets, naar alles (17-5-2001)
Maandagochtend 14 mei, 07.00. De piloot zet de landing
in en na vijftien minuten bevind ik mij in de wondere wereld
van Costa Rica. Volgens velen dé bestemming bij uitstek
als je van natuur houdt, want ongeveer 23% van het land
bestaat uit nationale parken of natuurreservaten in handen
van particulieren. Genoeg reden dus om met een sneltreinvaart
de hoofdstad San José te verlaten om me te gaan verliezen
in de alomaanwezige flora en fauna.
 Mijn
eerste stop is Liberia, een net, klein, schoon en rustig
veestadje in de provincie Guanacaste ergens in het noordwesten
van Costa Rica. Eenmaal aangekomen ga ik op zoek naar het
meest goedkope pension, dat in dit geval Liberia 'arm' is.
Na één mislukte expeditie kom ik uiteindelijk
terecht bij Dennis, de eigenaar van La Posade del Tope,
waar ik voor 5 US$ per nacht terecht kan. Gedurende een
verdere ontdekkingsreis door Liberia, vind ik al snel een
geldautomaat en om even te testen of het geld wel echt is
moet ik noodgedwongen één van de Chinese restaurants
proberen die zich in Liberia bevinden. Na een heerlijk maal
en de conclusie dat mijn geld hier daadwerkelijk waarde
heeft is het tijd om te gaan slapen.
De volgende morgen wil ik naar het nationale park Rincón
de la Viaja, maar al snel kom ik erachter dat dit makkelijker
gezegd dan gedaan is. Er zijn slechts twee hotels in Liberia
die vervoer naar het park aanbieden, en één
daarvan (mijn eigen pension) valt af in verband met een
kapotte jeep. Het andere hotel kan het wel doen, maar tegen
een in mijn ogen absurde prijs. Niet minder dan 18 US$ per
persoon als je met meer dan twee personen bent en zelf het
dubbele als je in je eentje zou willen gaan!
Aangezien ik hier nog even over na wil denken, besluit ik
om die dag naar het nationale park Santa Rosa te gaan. Dit
park is gelegen aan de Pan-American Highway en is zeer gemakkelijk
met een bus vanaf Liberia te bereiken. Na een kleine 45
minuten word ik de bus uitgedirigeerd met de mededeling
dat we er zijn en dat ik slechts de weg over hoef te steken
om het park in te gaan. Bij de ingang echter wacht me een
onaangename verrassing; het park is gesloten voor onbepaalde
tijd. Er is klaarblijkelijk zeer recent een brand geweest
-vermoedelijk aangestoken- en op het moment is er een politieonderzoek
gaande. Met een beetje de pest erin ga ik bij de bushalte
staan om de bus terug naar Liberia te pakken. Volgens de
parkwachters zou deze namelijk over slechts een half uurtje
komen.
Althans, dat werd me verteld...
Ongeveer anderhalf uur later begin ik aan de waarheid van
deze woorden te twijfelen en besluit ik dat het tijd is
voor wat fitness. Met de duim heen en weer gaand in de lucht
stopt er al snel een auto. Na een gezellige terugrit met
twee medewerkers van de universiteit van San José
is mijn humeur al weer wat beter.
Om mijn kansen op natuurschoon de komende dagen wat te vergroten,
besluit ik naar het tourist information office in Liberia
te gaan. Hier word ik geholpen door een engels sprekend
meisje wat mij mededeelt dat het mogelijk is om met een
bus in een dorpje (Curubandé) dicht in de buurt van
het park Rincón de la Viaja te komen. Vanuit daar
zou het dan 3 km lopen naar de ingang zijn.
Althans, dat werd me verteld...
In het Liberiaanse VVV bevindt zich op dat moment ook een
Israeliër genaamd Ofer. Hij en zijn vriendin zijn ook
van plan om naar het park te gaan en daarom spreken we af
om elkaar rond 6.00 de volgende morgen bij de busterminal
te ontmoeten om vervolgens naar Rincón te gaan.
Rond 6.15 de volgende morgen vertrek ik samen met mijn Israelische
troepen (ze komen net allebei, na de verplichte dienstjaren,
uit het leger) richting het doelwit van de dag, Rincón
de la Viaja. Na voor de zekerheid de buschauffeur te hebben
gevraagd of hij wel naar Curubandé gaat, worden we
met veel 'si, si´s' gerustgesteld. Ja, ja, hij gaat
écht naar Curubandé toe.
Althans, dat werd ons verteld...
Echter na tien minuten stopt de bus en vertelt de chauffeur
ons dat we hier de weg rechts in moeten slaan om naar Curubandé
te gaan. Zelf gaat hij vrolijk lachend rechtdoor en laat
ons wat sip kijkend achter. Op het bord aan de hoofdweg
staat 'Curubandé, 15 km', terwijl tien meter verderop
op de zijweg een bord staat met 'Curubandé, 10 km'.
Echt een knap staaltje van de Latijns-Amerikaanse wishful
thinking methode.
Na alles binnensmond vervloekt te hebben wat ook maar naar
Costa Rica riekt, besluiten we om te proberen een lift te
krijgen in één van de (weinig) passerende
auto´s. Na enige tijd wachten wordt ons geduld beloond
en worden we meegenomen door iemand met een pick-up truck.
Helaas voor ons woont deze persoon buiten Curubandé
en worden we na een tiental minuten weer letterlijk op straat
gezet. Omdat we onderhand wel genoeg hebben van het reizen
nemen we een kleine break en gaan we al wachtend op een
volgende lift langs de kant van de weg zitten. Op een gegeven
moment komen er wat kinderen voorbij en lijkt het mij een
goed idee om even na te gaan hoever het nog lopen is naar
Curubandé. Dit blijkt slechts tien minuten te zijn,
dus vol goede moed pakken we onze spullen op en lopen we
richting het beloofde land, wetende dat het na Curubandé
nog maar drie kilometer naar de ingang van het park is.
Althans, dat was ons verteld....
Eenmaal door het dorpje heen te zijn gelopen, komen we tot
stilstand bij een hek wat ons verdere doorgang over de weg
belemmert. Het blijkt een weg te zijn door een privé
landgoed en als we deze willen gebruiken om naar Rincón
te komen, dan moeten we volgens het bord 2 US$ betalen.
Eenmaal het hek door vragen we aan de enige levende ziel
in de buurt hoeveel kilometer het nog lopen is naar de ingang
van het park. Doodleuk krijgen we te horen dat het nog minstens
tien kilometer is (op dit punt besluiten Ofer en ik om bij
terugkomst een kleine strafexpeditie uit te voeren bij het
tourist office in Liberia), maar dat er ongeveer 600 meter
verderop een restaurant is waar we even bij kunnen komen.
Althans, dat werd ons verteld....
Blijkbaar zien we er zo triest, vies en vermoeid uit, dat
de poortwachter het niet over zijn hart kan verkrijgen om
ons voor de doortocht te laten betalen. Na ongeveer één
kilometer is het restaurant nog steeds niet in zicht en
begint ons de moed in de schoenen te zinken. Inbal heeft
ondertussen last van blaren en we besluiten voor de tweede
keer om gewoon langs de kant van de weg te gaan zitten wachten
op een eventuele redder in nood. We hebben geluk en deze
keer worden we meegenomen door wat werkers op weg in hun
pick-up naar een bouwterrein verderop. Ze droppen ons af
bij een bord waarop - tot ons aller genoegen- 'Rincón
de la Viaja, 2km' staat. Met het einde in zicht gaat het
hiken in de bloedhete zon ons een stuk gemakkelijker af
en al snel staan we bij de ingang van het park.
Hoewel we erg blij zijn dat we na meer dan 4 uur lopen,
liften en wanhopen op onze bestemming zijn aanbeland, zijn
we ons er terdege van bewust dat we ook nog een keertje
terug moeten. En aangezien het hier het laagseizoen is en
we op de weg maar weinig auto´s of toeristenbusjes
hebben gezien, vrezen we het ergste. Niettemin is het geluk
weer met ons, want vijf minuten na ons arriveert er een
busje met drie Amerikanen en een gids. Na onze situatie
te hebben uitgelegd hoeven ze niet lang na te denken en
besluiten ze ons aan het einde van de middag weer mee terug
te nemen naar de Pan-American Highway. Vanaf daar is het
mogelijk om een bus te pakken terug naar Liberia, terwijl
zij de andere kant opgaan richting hun hotel.
 Met
een opgelucht gevoel lopen we tesamen het park in en besluiten
we een route van ongeveer een uurtje of drie te nemen. Deze
zal ons (hopen we) door het droog tropische bos leiden langs
warme modderpoelen, een klein vulkaantje en een kleine warmwater
lagune.
En we worden niet teleurgesteld! Rust, bijna geen andere
toeristen, verscheidene dieren en de eerdergenoemde bezienswaardigheden
zorgen voor een onvergetelijke tocht. Na ongeveer drie uur
komen we weer terug bij het beginpunt en besluiten we om
nog even te lopen naar een koudwaterbron zo´n 600
meter verderop. Ofer en ik wagen het erop en nemen een duikje
in het verfrissende, maar zeer koude bergwater. Na wat gedartel
in het water, waarbij Inbal nog wat foto´s van ons
maakt, kleden we ons aan en gaan we naar de ingang om daar
op onze weldoeners te wachten.
Moe, hongerig maar voldaan, vertrekken we samen met de Amerikanen
huiswaarts. Hoewel we dachten dat ze ons zouden afzetten
op de Pan-American Highway, lijkt ons geluk met het uur
toe te nemen. Ze besluiten namelijk om in Liberia wat boodschappen
te doen en vervolgens daar wat te gaan eten. Al met al,
worden we praktisch voor de deur afgezet. Na wat zeer welgemeende
bedankjes richting de US of A, besluiten ook wij om onze
hongere maagjes te vullen. Mijn geluk van die dag lijkt
nog steeds toe te nemen, want mijn oog valt op een Burger
King die ik nog niet eerder had opgemerkt (haha, en iedereen
maar roepen dat ik mijn favoriete fastfood wel zou kunnen
vergeten voor een jaar!). Na een aantal stukken koe en wat
gefrituurde aardappeltjes te hebben verorberd is het alweer
kinderbedtijd en dus begeven we ons richting onze nothing-inclusive
slaapplaatsen. Een koude douche later (niet vrijwillig!)
en Meneer de Wereldreiziger doet zijn oogjes toe, zijn snaveltje
dicht en zegt hij jullie weltrusten.
vorige
reisverslag (Guatemala) | volgende
reisverslag
Dit reisverslag is een verkorte versie uit wereldtrip.com,
een wereldreis van Jeroen Uittenbogaard
|