Een pechrit naar Pafos (Dinsdag 20 februari 2001)
 En
inderdaad, het weer was een stuk slechter toen we deze dag
aanvingen. Het regende en waaide. De temperatuur was minstens
met 10 graden gedaald, maar vol goede moed gingen we op
weg naar Pafos. We besloten de zogenaamde binnendoorweg
te nemen en niet via Limassol. Hadden we dat maar nooit
gedaan. Het bleek dat deze weg al geruime tijd in onderhoud
was en uit niet meer dan een zandpad bestond omdat er een
nieuwe asfaltlaag zou worden aangebracht. Het was glibberig
en er lagen veel dikke stenen op de weg. Op een bepaald
moment konden we een wel heel erg dikke kei niet meer ontwijken
en er klonk een flinke tik onder de auto. Gespannen zat
Teije in de auto naar het olielampje te kijken en ja hoor,
na een paar minuten ging het lampje branden. Het dichtsbijzijnde
dorp: 8 kilometer en zoals al eerder gezegd, we hadden geen
mobiele telefoon bij ons waarmee we even snel het verhuurbedrijf
konden bellen. Gelukkig gingen we bergafwaarts en met de
motor uit hebben we nog al die kilometers afgelegd.
Teije nam eerst eens poolshoogte in het dorp en Lies bleef
in de auto. Het waaide hard en af en toe kwam er een stortbui
uit de hemel vallen. Het hele dorp leek uitgestorven, net
zoals de dag dat we in Platres aankwamen. In het dorp stond
1 gebouwtje dat 's zomers waarschijnlijk een cafetaria of
koffie-tent was en Teije dacht binnen geluiden te horen.
Na 10 minuten bonzen op de deuren kwam er ineens een Cyprioot
tevoorschijn die helaas geen engels sprak. Met handen en
voeten konden we hem duidelijk maken dat we een huurauto
hadden en dat deze kapot was. Eerst reed hij mee naar onze
auto en konden we hem uitleggen dat er een gat in het olie-carter
was geslagen. Zodra hij het begreep, nam hij het heft in
handen en belde met de verhuurdienst in Larnaka en Pafos.
We snapten niets van de enerverende gesprekken die werden
gevoerd, maar na zelf even gesproken te hebben met iemand
van de verhuurdienst in Pafos die gebrekkig engels sprak,
begrepen we dat we opgehaald zouden worden. Het kon door
het slechte weer wel even duren. En daar zaten we dan, in
een houten keet die duidelijk gebouwd was voor hogere temperaturen
en minder wind. Na een half uur verkleumen haalden we toch
maar de jassen uit de auto. Het was gaan sneeuwen ondertussen.
Uiteindelijk hebben we zo'n 2 uur gewacht, maar de eigenaar
en later ook zijn vrouw verwenden ons met koffie en eigengemaakte
cake. Toen we tenslotte werden opgepikt en wilden betalen,
mochten we alleen maar de koffie betalen. De cake was een
geschenk en het gebruik van zijn mobiele telefoon was slechts
hulp geweest; iedereen zou hetzelfde gedaan hebben... zo
maakte hij ons duidelijk. Helaas weten we de naam van deze
familie niet, maar hij bezit het enige café/restaurant in
Kidasi, tussen Platres en Pafos. Het ligt aan de doorgaande
weg aan het einde van het dorp richting Pafos. Wie dit leest
en er ooit langskomt: doe ze onze groeten, van dat verkleumde
stel uit Holland met die kapotte auto.
We werden opgehaald door een jonge kerel die geen engels
sprak, in een dikke jeep. Zelfs met de jeep had hij problemen
met de glibberige weg en het duurde ruim een uur voor we
in Pafos arriveerden. Bij gebrek aan konversatiemogelijkheden
rookten we gebroederlijk sigaretten. In Pafos aangekomen,
werden we afgezet bij het kantoor van de autoverhuurmaatschappij
en daar bleek dat schade aan de onderkant van de auto niet
meeverzekerd was, ook al hadden we het eigen risiko afgekocht.
110 pond moesten we betalen, ruim ƒ 400,-.
Ondertussen was het al laat in de middag en we begrepen
dat deze dag een verloren dag was wat het bezichtigen van
interessante dingen betrof. We hadden de diverse bezienswaardigheden
in Pafos (graven der koningen, de mozaïeken e.d.) willen
bezoeken, maar in plaats daarvan hadden we een koud en winderig
avontuur beleeft en kennis gemaakt met de hulpvaardigheid
van Cyprioten.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|