Een koninklijk onthaal (10-6-2001)
Vanaf Quito reis ik door naar Baños, omdat ik
heb gehoord dat het een lekker rustig plaatsje is met een
verscheidenheid aan activiteiten (buiten die van de altijd
op springen staande vulkaan nabij het dorp). In de bus zit
ik naast een militair en al snel is er een geanimeerd gesprek
gaande. Ik vraag honderduit over Ecuador en de cultuur,
politieke status en economie van het land, terwijl hij van
alles over Nederland en mijn achtergrond wil weten.
Gedurende de busrit wissel ik een keer van plaats om bij
mijn rugzak, die voor in de bus staat, plaats te nemen.
Het gevolg is een wat oudere vrouw uit Baños als
volgende gesprekspartner. Ze heeft haar hele leven in Baños
gewoond en runt een winkeltje in kleding en andere zaken.
Omdat ik graag uit de eerste hand hoor welke hotels aan
te raden zijn, hoor ik haar uit over de mogelijkheden. Ze
raadt me het hotel El Oro aan, dicht bij haar in de buurt.
Volgens haar is dit én goedkoop én heb je
een eigen kamer met badkamer.
Eenmaal in Baños gearriveerd, loop ik met haar mee
richting mijn nieuwe paleisje. En wat blijkt? Ze heeft geen
woord teveel gezegd! De familie die het runt is enorm vriendelijk
en voor 4 US$ (inclusief ontbijt!) kan ik me de tijdelijke
huurder noemen van kamer nummer acht. Een schone kamer met
een groot bed, een badkamer met een warme douche en toilet;
wat wil een mens nog meer? Op de bovenste verdieping bevindt
zich het kleine restaurantje met pooltafel, openhaard en
TV. Het is een soort cabriorestaurantje, want de zijkant
is geheel opengelaten. Als het dus regent, dan wil er nog
wel eens wat vocht zich een weg naar binnen banen.
Na wat uitpakken en het verder verkennen van het hotel,
begeef ik me richting het centrum. Overal waar ik kijk,
zie ik militairen en politie. Een tikkeltje gealarmeerd
vraag ik aan één van de militairen of er misschien
iets aan de hand is. En jawel hoor, groot alarm! De president
van Ecuador komt op bezoek. Wegen worden afgezet, daken
bemand door militairen en het 'gewone' volk mag braaf langs
de kant van de weg wachten met spandoeken. Verder zijn er
nog wat kleuterklasjes opgetrommeld om een liedje te zingen
en met vlaggetjes te zwaaien. In dit ongedwongen sfeertje
posteer ik mezelf in het park bovenop een verhoging om vanuit
daar de intocht te kunnen overzien.
Volgens het programma moet de president om 10.30 in Baños
aankomen, maar zo ergens rond 12.30 begin ik het vermoeden
te krijgen dat ook de president leeft volgens de Ecuadoriaanse
tijd. Een uurtje later horen en zien we plotseling een boel
militaire helicopters. Zeer imposant en laagvliegend vliegen
ze over ons heen om te landen op één van de
voetbaldvelden hier. Wetend dat het nu niet lang meer kan
duren, vraag ik nog even snel aan de mensen om me heen wat
ze precies van de president vinden. De antwoorden variëren
van 'wat zal ik zeggen...' tot 'het is toch allemaal één
pot nat' en 'het kan ermee door'.
Eindelijk komt dan de president met zijn gevolg voorbij.
Met een rotvaart loopt hij door de straten, links en rechts
zwaaiend, met een roos in zijn hand. Hij kijkt omhoog en
ziet dat ik mijn camera paraat heb. Waarschijnlijk heeft
hij net zijn mediatraining bij Ajax achter de rug, want
hij glimlacht nog eens extra hard en steekt zijn duim op.
Na 'ons moment' rent hij hard richting het stadhuis om daar
verscheidene bloedsaaie speeches van de locale tosties te
moeten aanhoren. Terwijl iedereen buiten wacht en hoopt
dat de president nog op het bordes van het stadhuis zal
verschijnen, komt deze enige tijd later onder begeleiding
naar buiten en wordt hij in rap tempo in een voor de ingang
staande kogelwerende jeep gepropt. Einde bezoek, einde samenscholing,
einde militaire aanwezigheid.
 Eindelijk
kan ik mijn verkenningstocht door Baños vervolgen
en in het park kom ik tot mijn grote blijdschap een Ecuadoriaanse
folklore groep tegen. Het luisteren naar deze muziek in
Nederland is al leuk, maar de ervaring in Ecuador is toch
echt anders. De mensen zijn hier in hun eigen omgeving en
ze voelen zich meer op hun gemak. Verscheidene Ecuadorianen
dansen mee op de muziek en hoewel ze het in Nederland voornamelijk
doen om geld te verdienen, hier doen ze het vaak gewoon
voor hun plezier en dat van de mensen uit hun dorp en omgeving.
 Wanneer
één van de groepsleden bij zijn familie op
een bankje in het park gaat zitten, vraag ik of ze het erg
vinden als ik een foto maak. Na wat heen en weer gepraat
stemmen ze toe en kan ik aan de slag. Na de foto praat ik
nog wat me ze en al snel wordt de rest van de groep erbij
geroepen. Het blijkt dat ze ook in Nederland zijn geweest
om daar met hun muziek geld proberen te verdienen. Met name
Breda en Roosendaal waren hun favoriete plaatsen. Tijdens
het kletsen krijg ik een bekertje met wat lichtbruin vocht
erin aangereikt. Omdat ik niemand wil beledigen bedank ik
ze voor hun vriendelijkheid en drink ik het zonder verdere
vragen gewoon op. Het is nogal sterk en ik wil eigenlijk
toch wel weten wat ik net gedronken heb. Het is blijkbaar
gemaakt van suikerriet en een erg populair drankje onder
de Ecuadorianen.
Nadat ik afscheid heb genomen van de groep en ze mijn emailadres
heb gegeven voor het geval ze volgend jaar nog een keer
naar Nederland komen, keer ik weder naar mijn nederige stulpje.
Na het nemen van een heerlijke ECHT warme douche kijk ik
in bed nog even terug op mijn eerste dag in Baños.
Een geweldig hotel met een vriendelijke familie, de president
van Ecuador 'ontmoet', naar mooie muziek geluisterd en gepraat
met de oorspronkelijke inwoners van Ecuador. Mezelf de koning
te rijk voelend val ik in slaap, hopend dat morgen me weer
een koninklijk onthaal te wachten staat.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|