Een ervaring rijker en een illusie armer (1) (13-3-2001)
Zaterdagochtend 6.15 zie ik Manuel op het kruispunt
in de buurt van onze families. Plan de campagne is om vluchtig
Panajachel te bezoeken en dan gelijk door te gaan naar San
Pedro La Laguna. Vervolgens de nacht daar doorbrengen om
in de ochtend weer via Panajachel naar Chichicastenango
te gaan voor de zondagsmarkt.
In de bus naar Panajachel kom ik naast een Oostenrijks
meisje te zitten, Monika genaamd. Aangezien ze geen idee
heeft waar ze die nacht moet slapen en wat ze allemaal kan
doen rondom Panajachel, nodigen we haar uit om met ons mee
te gaan.
 Na
in Panajachel ontbijt te hebben genuttigd (in een eettentje
met het smerigste toilet dat ik ooit heb mogen aanschouwen),
pakken we een klein bootje dat ons over het meer Atitlan
brengt naar San Pedro La Laguna. In het bootje raken we
aan de praat met Patrick, een Zwitser die na een bezoek
aan zijn zus in Playa del Carmen (Mexico) naar Guatemala
is afgezakt om daar de boel te verkennen. Ondertussen dus
met zijn 4-en komen we aan in San Pedro La Laguna alwaar
we door twee zeer geestdriftige jeugdige gidsen naar een
onderkomen genaamd Tikaaj worden geloodst. Na slechts enkele
guldens voor een kamer te hebben betaald besluiten we op
ontdekkingstocht te gaan. Aangezien het erg warm is nemen
we de zwemspullen mee in de hoop dat er ergens een mooi
strandje is.
Na wat heen en weer geloop en gevraag besluiten we een boot
te pakken naar wat door de locals Playa Bonita wordt genoemd.
Na een kwartiertje varen komen we aan bij de meest gammele
steiger allertijden. Terwijl wij aan het proberen zijn om
uit de boot op de steiger te komen het strand op, besluiten
zo´n 50 lokale bewoners om vanaf het strand de steiger
op de boot in te stappen. Na een angstig kwartiertje balanceren
op een aantal zeer losse planken kunnen we eindelijk doorlopen
en belanden we op een nu geheel verlaten Playa Bonita.
Nu moet ik zeggen dat degene die de naam van dit strand
heeft verzonnen wel een geboren optimist moet zijn, want
het strand ziet er verre van mooi uit. Net als in heel Guatemala
ligt het strand vol met rotzooi en is er geen sprake van
enig besef van natuurbehoud.
Na wat twijfels over de kwaliteit van het water in het meer
Atitlan, besluit ik toch de gok te wagen en mijn speedoshort
gevalletje aan te trekken en in te wijden. Na mijn heldhaftige
actie durven ook Patrick en Monika het aan en als snel wordt
er naar hartelust gezwommen. Na het zwemmen gaat iedereen
een beetje zijn eigen gang, want de boot komt pas over drie
uur weer terug.

Al snel slaat de kou toe en zitten we in korte broek en
T-shirt met smart te wachten tot de boot ons uit ons lijden
komt verlossen. Gelukkig ontdekken Manuel en Patrick een
nog smeulend vuurtje op het strand en na wat hout te hebben
gesprokkeld weten ze waarachtig een kampvuur te bouwen.
Al gauw zitten we er letterlijk warmpjes bij en begint het
strand haar naam eer aan te doen. Na twee gelukzalige uren
doven we het vuur met wat zand en wagen we weer de tocht
over de steiger naar de boot toe.
Na een lauwe douche bij ons onderkomen is het tijd voor
het avondeten. Voor slechts een tientje krijgen we aan de
overkant van Tikaaj een geweldige maaltijd geserveerd. De
muziek is relaxed, de mensen aardig en het gezelschap goed.
Al met al een dag om niet snel te vergeten.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|