Terug in de tijd in Tikal (30-4-2001)
 In
El Remate ontmoet ik onder andere de fransman Loic. Samen
met hem vertrek ik op een dag in de vroege ochtenduurtjes
richting Tikal, een Maya overblijfsel uit vroeger tijden.
Eenmaal aangekomen begint de speurtocht door de jungle en
de tempels, op zoek naar de connectie met de duizenden jaren
oude beschaving.
Aangezien het die dag lekker bewolkt en rustig is, weerhoudt
niets ons ervan om alle Maya tempels te beklimmen. Eenmaal
een tempel beklommen, blijven we er geruime tijd zitten
om te genieten van het uitzicht, de natuur en het gevoel
van mystiek wat je onwillekeurig toch bekruipt.
 Omdat
we hadden gehoord dat je in Tikal in de vroege ochtend nog
wel eens panters kan zien, gaan Loic en ik (zoals alleen
stompzinnige toeristen dat kunnen verzinnen) van de gewone
paden af op zoek naar avontuur. Helaas zien we geen panters
en moeten we ons met wat apen tevreden stellen.
 Na
geruime tijd verder tijgeren in de jungle begint Loic zich
af te vragen of er nog wel een einde aan de jungle komt,
en waar in hemelsnaam de Maya constructies zijn gebleven.
Vol goede moed praat ik op hem in en op basis van mijn befaamde
gevoel voor richting (wederom een Lariam waanbeeld) zeg
ik hem dat als we rechts aanhouden we er echt wel komen.
En zowaar, we komen na enige tijd tot schrik van wat andere
toeristen met veel lawaai uit de jungle terecht op een door
mensen gebaand pad.
Verder zou ik nu allerlei brochure informatie kunnen gaan
spuien over Tikal, maar feit blijft dat je er gewoon heen
moet gaan om het majestueuze van de plaats te ondergaan.
Na 11 uur in Tikal te hebben doorgebracht, met praktisch
alleen een grote variëteit aan dieren als gezelschap,
begeven wij ons huiswaarts. Moe van al het klimmen, maar
zeer voldaan en nog diep onder de indruk kruipen we die
dag vroeg onder de wol.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|