Guatemala, een paradijs met twee gezichten
 En
hoe was je studiereis naar Guatemala? Was het wat je er
van verwachtte? Het zijn toch wel de meest gestelde vragen
bij mijn terugkomst in Nederland. Tja, wat kan ik er van
zeggen? Kan je zoiets eigenlijk wel in woorden uitdrukken,
vroeg ik mij vervolgens af? Ach, laat ik maar eens een poging
doen.
Guatemala is een land waar de natuur- en cultuurfreak,
die niet bang is voor een stelletje ellendige muggen of
andere (rare) insecten, zich volop kan vermaken. Tenminste
als je kunt genieten van klimmen naar steile vulkaantoppen
nabij Antigua, het niet erg vindt te zwemmen in helderblauwe
meren met bergen op de achtergrond zoals in Panajachel en
varen over een rivier als de Rio Dulce niet als een nachtmerrie
ziet. Maar ook wandelen langs het Caribische strand van
Livingston, kleurrijk shoppen in Chichicastenango en je
verbazen over de bouwkunsten van de Maya’s en hun
wereldberoemde tempels in de jungle bij Tikal kan in Guatemala.

Er zijn ons vele Bounty-momenten voorgeschoteld en deze
zijn onvermijdelijk op camera vastgelegd. Maar is Guatemala
echt het paradijs waar alles zo geweldig is? Nee dus. Helaas
niet, want anders had ik er persoonlijk dolgraag postbode
willen worden tegen de tijd dat ik een jaartje of zestig
ben. Er zijn mij tijdens de reis ook beelden bijgebleven
die me naast al het mooie een andere kijk op het land hebben
gegeven. De plek en het moment waar ik dat voor het eerst
besefte was in Guatemala City tijdens een bedrijfsbezoek.
De ochtendzon straalt weer volop als we op weg zijn naar
een afspraak met de directeur in de regio Latijns-Amerika
van Bayer, een research georiënteerde onderneming op
het gebied van onder meer medicijnen en gewasbestrijdingsmiddelen.
Onderweg naar het hotel zie ik op de stoep een arme oude
vrouw die stoïcijns voor zich uitkijkt.
De ontvangst, de lunch, de lezingen en het tasje vol medicijnen
die we na afloop van Bayer meekrijgen, geven velen van ons
een voldaan gevoel. De maag is goed gevuld en we hebben
ook nog wat geleerd over de cultuur van het land. Maar de
echte les komt niet veel later, als er zich 36 bomvolle
tasjes met medicijnen en evenzoveel studenten door de straten
van Guatemala City voortbewegen.
Ik ben nog niet om de hoek van het hotel of mijn oog valt
op een oud vrouwtje met een kind op haar schoot. Ze zit,
omringd door vliegen, in vieze en gescheurde kleding naast
een prullenbak te wachten of er misschien iemand is die
zijn afval niet in maar naast de prullenbak gooit. Het wachten
lijkt vergeefs, want niemand kijkt op of om naar haar.
Ik loop verder met de gedachte dat dit vast een uitzondering
is. Valse hoop en erg naïef, want even verderop zie
ik weer hetzelfde stoïcijns kijkende vrouwtje zitten
als eerder die dag. De laatste keer dat ik haar op de stoep
zag zitten, was alweer zo’n vijf uur geleden. Ze bevindt
zich nog steeds op dezelfde plek en in dezelfde houding.
Ik kan niet controleren of ze daar echt vijf uur lang alleen
maar in die brandende zon heeft gezeten, zonder iets te
eten, te drinken of te bewegen. Ik wil het ook niet weten,
eigenlijk. Of het tasje medicijnen haar veel verder zal
helpen, betwijfel ik, maar haar gezicht fleurt toch weer
even op. Ze kijkt schuin omhoog, glimlacht een beetje, pakt
mijn hand en mompelt zachtjes “Gracias”.
Als ik, nog met een brok in mijn keel, het centrale plein
van Guatemala City nader, hebben vele anderen ook de tasjes
met medicijnen ontdekt. Het gerucht verspreidt zich snel
en binnen afzienbare tijd worden we als groep belaagd door
moeders die met een kind op hun arm smeken om van alles
en nog wat. Vanaf het moment dat ze aan onze kleren, tasjes
en het haar beginnen te trekken en te plukken, wordt de
sfeer beduidend minder aangenaam. Het wordt in de groep
een beetje onrustig. “Waar blijft die bus, nou?“,
klinkt het bij sommigen. “Het zijn natuurlijk ook
nog eens de ‘sterksten onder de zwaksten’ die
in staat zijn om ons op deze wijze te belagen”, zegt
een ander terecht. Nu je het zegt, die mevrouw die bij de
prullenbak zat, is nergens te bekennen.
Als we eenmaal in de bus zitten, wordt er opvallend weinig
gesproken. Ik staar maar wat naar buiten en vraag me af
wat er zich allemaal heeft afgespeeld. Dit gevoel is volgens
mij niet onder woorden te brengen. Toch maar ergens anders
postbode worden…
|