Per boot van Padang naar Jakarta (maart 2001)
 Dankbaar
druk ik de chauffeur een ruime fooi in zijn hand, precies
op tijd heeft hij mij weten af te zetten bij de passagierswachtruimte
van de haven van Padang, Teluk Bayar. In de wachtkamer zitten
nog zo'n honderd aanstaande reisgezellen, ruim bepakt en
allen kijken naar de zee. Eigenlijk had de KM Kambuna aan
de kade moeten liggen, maar het uitzicht is nog geheel vrij.
Mogelijk ligt hij elders? Ik wil het vragen aan iemand van
de Pelni, maar er is nergens een beambte van de Pelni te
zien, ook de aanstaande uren niet.
Wachten
Een verkoopster en nog wat andere mensen bevestigen echter
mijn vermoeden; 'belum datang'. Op mijn ticket staat optimistisch
de aankomst tijd van 08.00 uur vermeld, op die van mijn
buurman 09.00 uur. Volgens het vaarschema uit 2000 ( 'nog
steeds geldig meneer' aldus de mevrouw van het reisbureau)
zou de boot om 04.00 uur moeten aankomen en om 10.00 uur
vertrekken. Ik ben al blij dat ik geen twee uur van de voren
ben gearriveerd ofschoon het pelni-ticket mij dit 'strongly
recommend'. Na een uur wachten worden er twee trappen geplaatst
op de kade, dat geeft mij en de wachtenden moed; het is
duidelijk dat de boot moet gaan komen, en wel hier.
Om 9.00 uur volgt er uit een luidspreker de mededeling dat
de boot verlaat uit Nias is vertrokken en pas om 11.00 zal
gaan aanmeren. Bij de aanwezigen is eerder opluchting en
berusting te bespeuren dan teleurstelling over deze verlate
aankomst.
De Kambuna meert inderdaad omstreeks dit tijdstip af, het
blijkt een reusachtig schip te zijn, lengte 144 meter, breedte
24 meter. Er kunnen 1600 passagiers mee, waarvan 1100 verdeeld
over 4 klassen. 500 passagiers gaan 'economy' mee. De eerste
klas heeft 25 hutten.
 Embarkeren
Als de trappen goed staan rennen de kruiers meteen naar
boven, de afdalende passagiers negerend. Het is een grote
chaos omdat de economy-passagiers ook zo gauw mogelijk naar
boven willen om de beste slaapplaatsen (matrasjes) te confisqueren.
De backpackers met hun torenhoge rugzakken doen niet onder
voor de lokale bevolking, ook zij storten zich in het gewoel
en wurmen zich naar boven. Voor de hut-passagier is er geen
enkele reden zich te haasten, het is aan te raden te wachten
tot alle passagiers het schip hebben verlaten, de trappen
zijn smal immers.
Het is handig om de diensten van een kruier te vragen: met
koffers of tassen op die smalle trappen gaat wel, maar waarom
niet de lokale economie steunen met een paar dollar. Daarbij
weet de drager precies waar ik moet zijn (eerste klas: deck
6).
Vertrek
Binnen de veertig minuten keert het schip de wal, de scheepshoorn
klinkt overduidelijk, de trap gaat nog even naar beneden
voor wat laatkomers, en daar vaart het schip al. Er wordt
uitbundig gezwaaid en links en rechts van mij huilen verschillende
passagiers. Wie zei dat Indonesiërs hun gevoelens niet tonen?
Bij het vertrek is er nog een mooi uitzicht op de vissershaven
en op de enorme steenkolenbergen die klaar liggen voor verscheping.
Al gauw verdwijnt Padang uit het zicht, maar het schip blijft
de kustlijn volgen, steeds blijft Sumatra in het zicht.
De zee is rustig, er zijn verschillende keren vliegende
vissen te zien.
Bij de conciërge-kamer van de eersteklas hutten worden de
sleutels overhandigd, een deposit van 20.000 rp is hiervoor
noodzakelijk. De hut is smal, maar ik heb geluk er is een
patrijspoort, vele hutten hebben die niet. Er is een zeer
kleine smalle badkamer in de hut, zonder warm water en de
wc moet met een emmer water worden doorgespoeld. De bedden
zien er goed uit. Om een extra laken (er ligt alleen een
onderlaken) en een handdoek kan worden gevraagd. WC papier
en zeep zijn niet voorradig. Er is TV. Wat kleine kakkerlakken
lopen op de rand van de spiegel.
Alle Indonesiërs zijn buitengewoon schoon op hun lichaam,
en de ene die dat niet is, die blijkt mijn medepassagier
te zijn. Een niet te negeren penetrante zweetlucht vult
de kleine ruimte en wordt alleen minder als mijn medepassagier
op het bed ploft en gaat slapen en dus niet beweegt. Hij
blijkt overigens allervriendelijkst te zijn en de volgende
ochtend besloot hij te mandiën zodat het verblijf in de
hut toch nog draaglijk was.
Eersteklas
De eersteklas eet apart van de andere klassen, maar het
eten is vrijwel hetzelfde. Het eten is goed en genoeg, maar
tijdens mijn reis altijd met rijst. De etenstijden worden
omgeroepen en staan ook vermeld op de deur van het restaurant.
Mocht het comfort van de eersteklas-hut tegenvallen, dan
is een bezoek aan de 'economy' aan te raden, helemaal benedendeks.
Hier liggen de passagiers (soms een week als ze bv naar
Manado willen) op een matje van 2 vierkante meter met alleen
boven een rack voor wat bagage. Er is geen enkele privacy,
geen enkele service, maar er zijn badruimtes en men krijgt
ook drie maal per dag te eten, echter op een metalen bord
in plaats van op porseleinen.
Mooi
Erg fraai en introspectief is de zonsondergang vanaf het
schip. Ook de Straat van Sunda die we de volgende dag doorkruisen
is boeiend met zijn Anak Krakatau en zicht op Java. De aankomst
in de drukke haven van Tanjung Priok is ook spectaculair.
Verder valt er behalve veel water en wolken niet veel waar
te nemen tijdens de reis. Men kan verblijven in de kantine
'open air', helemaal boven op het achterdek. Hier kunt u
koffie en snacks kopen, schaken, tv kijken en genieten van
de zee.
 Aankomst
Ik kon van de cabine gebruik maken tot aan de aankomst
in de haven van Jakarta. Bij het de-embarkeren is wederom
geduld een schone zaak. De chaos tussen de passagiers die
aankomen en verlaten overtreft de chaos in Padang vele malen.
Maar na 20 minuten is de rust teruggekeerd en kan er rustig
naar beneden gewandeld worden.
Kruiers ( met nummer) zullen je graag helpen je bagage
naar beneden te dragen, maar zeg hen te wachten. Je verlaat
de kade via een grote (wacht) ruimte waarna er buiten, 50
meter lopen, vele taxi's wachten. Hier staan ook de auto's
van halers/wegbrengers. Met weinig bagage is het handig
om een 'ojek' (motorfietstaxi, Fl. 1,- pp) te nemen die
je net even buiten het havengebied brengt waar de bussen
komen en goedkopere taxi's.
Conclusie
Hou je van de zee, van varen op een schip, kijk je niet
op een kakkerlak meer of minder en ook niet op een uurtje
wachten, dan is het traject Padang Jakarta in 30 uur een
groot genoegen. Het meenemen van een schaakspel, goed boek
en een woordenboekje veraangenaamt het verblijf aanzienlijk.
Praktisch (info 2001)
- Het traject Padang-Jakarta wordt afwisselend op zondag
gevaren door de KM Kambuna en de KM Lambelu. Een paar
weken per jaar zijn deze schepen in het dock. In de periode
tijdens en twee maanden na de Ramadan is een reis niet
aan te raden. Het is dan ook überhaupt moeilijk om aan
kaartjes is te komen. Vertrektijd 10.00 uur. Aankomst
volgende dag 16.00 uur.
- De prijzen van de tickets zijn inclusief de maaltijden.
Actuele prijzen zijn opvraagbaar bij Antarin.
- Tickets zijn verkrijgbaar in Padang: Ina Tour, Hotel
Dipo. Alleen aan te schaffen in de 6 dagen voorafgaand
aan het vertrek. Tel. 0751-34261. Tickets zijn ook verkrijgbaar
in Bukittinggi, onder andere bij reisbureautjes aan de
jl. Yani.
- De Lambelu schijnt meer op tijd te varen dan de Kambuna,
dit schip is pas een paar jaar in de vaart en is netter.
Eersteklashutten hebben echter geen zeeraam.
- Omgekeerd varen de schepen op donderdag's vanuit Jakarta
naar Padang.
volgende
reisverslag
|