Van Amman naar Petra (29 maart 2001)
 Madaba
De eerste pleisterplaats is Madaba. Een grieks orthodoxe
gemeenschap onder Amman met een prachtig kerkje en vooral
een magnifiek mozaiek van het beloofde land en omstreken.
Ahmed heeft het ook naar zijn zin en haalt alles uit de
kast. Ook op de berg Nebo is hij zeer actief. Hij legt ons
geinspireerd uit hoe dat ook weer bij Mozes zat. God was
hard tegen Mozes, een man die al zo veel had meegemaakt.
Nu hij in de finale zit wordt hij uit de strijd genomen.
Als er een God is dan zal ik hem er over aanspreken.
 de
Dode Zee
We zakken na een mooie tocht en een steeds wijdser panorama
af naar de Dode Zee. Een heel aparte sensatie. De zwembroek
aan en dan over het grind. Ik wil na een aanloop het diepe
in. Nu dat lukt niet. Het water lijkt wel stroop. Schoon,
maar olieachtig en daarbij de sensatie van het drijven.
De krant is inderdaad te lezen. De schoolslag en de borstcrawl
mislukken maar op de rug lig je heerlijk.De douches geuren
achteraf wat fosforachtig, laat ik het althans daar op houden,
maar schoon worden we wel. Andrew komt de douches binnen
met een gevonden broek. Jan roept uit een cabine dat hij
inderdaad zonder zit.
Op het terras drogen we wat op. Er is koffie en een scharminkelachtige
kater die mijn marie-biskwietje hautain weigert. Hij heeft
liever kebab.
Een prachtige rit
We gaan weer aan boord en dan is het alleen maar schoonheid
in de overtreffende trap. Ik heb veel gezien aan natuur
en met name landschappen. Maar deze tocht slaat alles. Rechts
de vlakke zee daarachter de west-bank, omhoog lopend als
een rose muur en spiegelend in het water. Links glijden
we ook langs rotspartijen, doorsneden door kleine wadi's
die de zee voeden met kristalhelder water. We maken foto's
bij een zo'n kloof waar de Mujib- bridge overheen loopt.
Als we de zee verlaten wijst Olaf ons nog op het in de
verte gelegen Mesada, een plek waar mogelijk een collectieve
zelfmoord van joden zou hebben plaats gehad. Hij plaatst
daar direct kritische kanttekeningen bij. De geschiedenis
liep vaak zo ook Flavius Josephus.
We komen nu in een gebied dat zo wisselend van karakter
is en zo grillig en ruw dat je je op de maan waand. De vegetatie
is nihil en toch zie je hier en daar leven. Een tent, een
kudde, een uitgehouwen grot, een schamel bouwsel en soms
een kleine nederzetting. Het is de Bijbel zoals je je als
kind voorstelde. Daar hoeft geen Steven Spielberg voor op
te draven.
 De
chauffeur houdt zich bijzonder goed, althans hij praat druk,
stuurt meestal met een hand of pink en houdt van direct
oogcontact met de gids. Ze hebben onderling veel plezier.
Bij ons is dat wat minder. De weg kronkelt en draait. We
worden er uiteindelijk toch vaardig doorheen geloodst. Een
enkel inhaalverbod wordt genegeerd, maar ach er is weinig
verkeer en de goede God van Jordanië is met ons of
het nu Jesus is of Allah. In een druk provincie stadje met
toch een universiteit en leverancier van 2 eerste ministers
lunchen we. Het kruisvaarderskateel laten we vandaag liggen.
Het is weer mooi geweest.
Bij een 2de hands boutique sta ik als aan de grond genageld
stil. Als eye-catcher hangt daar mijn hema overhemd dat
Lidwien bij mensen in nood heeft gebracht. De wonderen zijn
de wereld niet uit. Ik overweeg het even te kopen. Een vorm
van nostalgie en recycling.
 We
stijgen om 14.17 uur precies weer op. Ho, althans in de
verkeerde bus waar de chauffeur mij lachend de hand schudt.
Ik aarzel, de kuierruimte is hier duidelijk beter. Ik besluit
toch maar terug te keren naar mijn Lidwien, onze Tity, Agnes,
Marije enz. Kerak laten we achter ons. Ook met martiale
standbeeld van Salladin, de strijder van Mohammed. Tafila,
een volgende stad, ligt aan een kromming van de weg. We
stoppen niet. Dat heeft een reden, Ahmed vertelt een paar
moppen over deze Jordaniërs. Het zijn de Belgen van
dit land. We stoppen wel bij een klein cafeetje waar we
op een zonnig terras onder de uitlopende wijnranken muntthee
drinken. De toiletten zijn frans maar geen grande luxe.
We stoppen voor de laatste etappe. Toch nog enkele stops.
Een kudde kamelen met jong moeten op de gevoelige plaat.
Zo ook even later een zonsondergang. Doodmoe de bus weer
in. Maar dan is Petra in zicht. Het hotel heeft een mooi
voorkomen. We drinken mierzoete limonade. De kamers geven
na deze vermoeiende reis licht aanleiding tot irrotatie.
Het eten maakt veel goed. We krijgen bijna poppenkast van
een Egyptische ober. Ook nu weer begeven we ons moe maar
voldaan naar onze kamers.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag |