Kakamega Forest (16 juni 2001)
Het Kakamega Forest is het enige tropische regenwoud in
Kenia en ligt in het westen, richting de grens met Uganda.
Daar wilden we een paar dagen gaan wandelen. In onze reisgids
hadden we een hotel uitgezocht (Rivendell Gardens) met een
aantal banda's (kleine hutjes) die nogal duur waren, maar
je kon er ook goedkoop kamperen. We hebben onze tent tenslotte
niet voor niets meegenomen! Na een telefoontje naar het
hotel om te informeren hoe we er precies moesten komen,
werd aangeboden door de manager dat hij wel een auto naar
Kisumu kon sturen om ons op te halen. Nou, graag !
De tocht zou een uurtje duren. Na anderhalf uur wachten
nog geen auto te zien en na twee uur wachten werden we toch
echt ongeduldig en hebben we nogmaals het hotel gebeld.
De manager wist ook niet wat er aan de hand was, maar raadde
ons aan dan toch maar op eigen gelegenheid met het openbaar
vervoer te komen.
Op het busstation namen we een zogeheten "matatu", een
unieke ervaring in Kenia. Het is een minibusje met volgens
Nederlandse standaard 12 zitplaatsen. Maar in Kenia werkt
het systeem volgens het principe "er kan er altijd nog eentje
bij", dus gaan er minstens 18 personen in en dat kan oplopen
tot 24 personen, inclusief kinderen, tassen, onze rugzakken,
levende have (kippen), en enorme zakken met fruit of rijst.
Wij moesten er eigenlijk wel vreselijk om lachen, maar na
langer dan een uur opgepropt te hebben gezeten, vergaat
het lachen je wel. Daarbij stopt de matatu overal waar mensen
staan, en die vele stops moeten in tijd weer gecompenseerd
worden zodat je op de rechte stukken ongelooflijk hard rijdt.
Er is door de regering een poging gedaan om dit systeem
van de minibusjes te reguleren, maar dat is niet gelukt...
Uiteindelijk kom je dan misselijk van het abrupte stoppen
en weer optrekken, de penetrante benzinelucht en totaal
verkrampt aan, maar het is wel goedkoop ! Vanaf daar hadden
we de keus om een fietstaxi te nemen(een gewone herenfiets
waar je dan op een dekje achterop kunt zitten en die mannetjes
maar trappen ...) of met een pickup truck richting hotel,
dat een beetje uit de bewoonde wereld lag.
Wij kozen toch maar voor de pickup truck. Buiten de grote
routes zijn de wegen heel slecht, vaak zandpaden met stenen
erin die, als het een beetje regent, veranderen in een grote
modderbaan. Al hotsend en botsend in de truck werden we
afgezet bij de splitsing, vanwaar het nog 1,5 kilometer
lopen was naar het hotel.
 Rivendell
Gardens
Daar aangekomen bleek dat de auto in Kisumu bij het verkeerde
hotel had staan wachten. Helaas...
Verder bleek ook dat het hotel was overgenomen door een
broederorde, de brothers of St. Charles Lwanga. De oorspronkelijke
eigenaren, een Zweeds stel, waren net een maand geleden
vertrokken naar Zweden en hadden het hotel en bijbehorend
terrein overgedaan aan de broeders. Zij hadden het plan
opgevat om er een soort retreat van te maken voor broeders
en zusters, die een beetje bij moeten komen van hun werk.
Maar ook toeristen zijn nog steeds welkom, omdat die natuurlijk
geld opleveren.
 We
werden ontvangen door een ontzettend aardige, nog vrij jonge
broeder Solomon, die voorheen met straatkinderen had gewerkt
en leraar was op de lokale lagere school. Nu was hij aangesteld
op het terrein als farmer, want ze hebben een groentetuin
die door de Zweden was opgezet. De oogst is nu bestemd voor
het weeshuis dat de broeders hebben opgezet in het dorpje
Kakamega.
Het was een heel mooi opgezet huis, met een grote veranda
die uitkeek over de bossen en heuvels van het Forest. Heerlijk
stil en rustig, ideaal dus voor een rustpauze voor ons en
als retreat lijkt het ook zeer geschikt.
's Avonds ontmoetten we dan eindelijk onze chauffeur,
die de baas bleek van de broeders. Hij bracht de plaatselijke
priester, Benedict, mee en een man in opleiding tot priester,
zeg maar een soort hulppriester (we kennen de termen niet,
als niet-katholieken).
Met hen hebben we de hele avond heel informatief gesproken,
over de situatie in Kenia en hoe we in Nederland omgaan
met kwesties als euthanasie en homosexualiteit. Voor ons
was het eigenlijk de eerste keer dat we wat meer leerden
over de politieke en economische situatie in Kenia, die
niet goed is. De president Arap Moi is al 20 jaar aan de
macht en is een soort dictator. De regering is corrupt,
en verrijkt zichzelf ten koste van de gemiddelde Keniaan.
Medische zorg en ziekenhuizen zijn alleen toegankelijk wanneer
je geld hebt. En Aids is een zeer grote bedreiging ... Op
dit moment is het onder de bevolking in Kenia een taboe
om over Aids te praten en dat verslechterd de situatie alleen
nog maar.
Wij hebben die avond hutspot gekookt voor de broeders en
priester, met een van thuis meegebrachte rookworst. Dat
viel zeer in de smaak, tenminste, we werden erom geprezen.
Maar misschien waren ze wel gewoon beleefd ...
Wandeling door het regenwoud
Met zijn tweeën per fietstaxi naar het beginpunt van het
regenwoud. Daar hebben we ongeveer anderhalf uur onder begeleiding
van een gids rondgewandeld. Volgens Jan Kees rook de gids
naar drank, en dat terwijl het pas 12 uur was ! Ik vond
hem ook al wel wat eigenaardig lopen... Maar hij wist wel
veel te vertellen over de vele planten en bomen en waar
ze voor worden gebruikt (veel medicinale werkingen). Op
de terugweg werden we overvallen door een enorme hoosbui,
maar gelukkig konden we schuilen bij iemand in zijn eigen
huisje (in de woonkamer volgestouwd met meubels) die ook
net op weg was gegaan. De mensen hier in de omgeving zijn
zo ontzettend vriendelijk, zonder dat ze iets van je willen.
Dat is na het commerciële safariwezen een hele verademing.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|