Samburu Wild Reservaat
 Ten
noorden van Aberdare ligt het Samburu Wild reservaat. Bij
de Ewaso Nyiro rivier en speciaal in het droge seizoen kan
je zeker de BIG FIVE aantreffen (neushoorn, leeuw, buffel,
luipaard en olifant). Samburu betekent “vlinder”
in de Samburu taal. Dit heeft weer te maken met de zwerftochten
van dit volk naar weide of water. Bossen langs de oevers
van de rivier wordt het landschap gevormd door stoffige
safaripaden en weidse steppen met doornstruiken en vulkanen.
Hier leven de grevy zebra’s en netgiraffen, die zo
geheel anders getekend zijn. Grevy heeft hele smalle strepen
en de oren zijn groter en ronder, het lijken net Mickey
Mouse oren en de netgiraffe heeft grotere oppervlakte op
zijn huid.
 In
het Masai Mara Reservaat zagen we een giraffe die bijna
zwart was, zo donker waren de tekeningen op zijn huid. We
hadden een campingplaats aan de rivier, die bijna droog
stond, daar vertoefde we een nacht en de volgende nacht
zouden we een Lodge nemen. Voordat we onze tent opzetten,
keken we eerst waar zullen we deze neerzetten. De campingplaats
was aardig groot en we zeiden tegen elkaar aan de rand van
de rivier onder die boom is een prachtig plekje. Zogezegd,
zogedaan. De Iglo-tenten stonden. We vertrokken met de landrover
voor een korte safari. Ik keek nog even achterom wat een
geweldig plekje we hadden en zag ineens een grote groep
bavianen naar de tenten lopen, een van hen sprong op onze
tenten. (We reden terug en gingen bij de meer toeristenplaats
ons kamp weer op zetten). De tenten verplaatsen was erg
makkelijk, die Iglo-tenten wegen niets, een kleine twintig
meter verder hebben we ons kamp weer opgeslagen, zo kon
de kok van de buren onze tenten in de gaten houden. Alleen
de fiberglass stok was kapot en die hebben we provisorisch
gerepareerd.
Bij het kampvuur zaten we gezellig na te praten en genoten
van de geweldige geluiden die avond. Het tjirpen van de
krekels en heel ver weg het gebrul van een leeuw en het
geluid van een huilende hyena. En dan die prachtige sterrenhemel.
We lagen laat op bed en de rest was al vroeg naar bed gegaan,
wat ik altijd zonde vindt je kan zo genieten van de geluiden.
Philip werd wakker door een geluid van een omvallende stoel
en schudde me wakker. Ik pakte mijn zaklantaarn en deed
voorzichtig de rits van de tent open. We keken naar de tafel,
waar twee stoelen waren omgevallen en zagen bij een boom
wat bewegen. Ineens zien we een kop van een hyena, althans
het leek erop. Gele ogen flitsen op in de duisternis. Hij
moet op zoek zijn geweest naar iets eetbaars, wat hij zeker
niet vinden kon want we ruimen altijd alles op en zetten
het in de auto. We gooiden onze schoenen naar hem en toen
zagen we dat het toch meneer de hyena was en die droop af.
In de verte hoorde we het gegiechel van fisi, in het Swahilies.
Na dit nachtelijk avontuur gaan we weer slapen. Samburu
is erg heet, dit is een droge streek. Vooral de leuke generuk
zal je op je weg tegenkomen, deze gazelle kan uren op zijn
dunne achterpootjes staan, terwijl hij eet van de struiken.
De generuk of girafgazelle is geheel aangepast aan het harde
bestaan van de bush. Hij eet voornamelijk de bladeren van
de struikacacia. Het verdragen van dorst en de hitte heeft
hem gevormd tot een dier met een fraaie en ranke bouw. Zijn
prachtige lange hals, en die mooie ranke poten. Ogen waar
je verliefd op kan worden en dan zijn vacht zo satijnachtig.
Hij drinkt als hij water tegenkomt en kan een aanzienlijke
tijd zonder water. Door een speciale aanpassing van zijn
nieren wordt ieder druppeltje vocht dat hij binnenkrijgt
optimaal benut. Een natuurlijk bron is hier ook genaamd
Buffalo Spring, deze bron is in de oorlog ontstaan toen
er een bom naar beneden viel, hier kan men ook zwemmen het
is afgezet met een muurtje zodat de dieren er niet in kunnen.
Je kan hier lekker een koud bad nemen.
 We
overnachten bij de Ewaso Nyiro rivier. Er zijn hier geen
watervoorzieningen, er is wel een zeer slecht onderhouden
toilet. In 1971 werd het Samburu Park al geteisterd door
een verschrikkelijke droogte. Tien jaar later in 1981 was
het weer zover. Het typische bruine water van de Ewaso Nyiro
rivier was geheel verdwenen, een rivier van zand achterlatend.
Zag je in het verleden groepen olifanten de rivier oversteken
bood het nu een troosteloze aanblik. De eens zo populaire
drinkwaterplaats voor de dieren was veranderd in een dorre
bedding.
 Toch
komen de olifanten naar de rivier. Op zoek naar water graven
ze diepe gaten waar het kostbare vocht verscholen zit. Hier
profiteren andere dieren ook weer van. Dit gadeslaand kun
je alleen maar wensen dat het weer snel mag gaan regenen.
In dit gebied vind je ook de oryx een antilopensoort die
we misschien beter kennen onder de naam spiesbok. De tekening
van deze antilope is simpel waardoor de vacht vrijwel egaal
wit van kleur is. Op hun zwart/witte koppie staan prachtige
sabelvormige hoorns. Onder aan hun zwart/witte poten hebben
ze schopvormige naar buiten staande hoeven. Ze kunnen uren
achtereen lopen en erg lang zonder water.
De Samburu’s leven in kleine nederzettingen van 4
tot 10 hutten. De lage hutten van modderpleister, huid en
grasplaggen, welke dwars over een raamwerk van staken gespannen
worden zijn in twee helften verdeeld. Een doornige heg omsluit
de hutten en de veestapel van elke familie. Besnijding en
de inwijding van jongens in de groep krijgers en verdere
ceremonies worden gedaan tijdens bepaalde maanstanden in
speciaal daarvoor gebouwde nederzettingen. Ze dragen daarbij
koolzwarte schootsvellen en oorringen, de haren van de ingewijdenen
zijn geschoren en hun voeten zijn voorzien van nieuwe sandalen.
Elke ingewijdene, die aan de beurt is zit op een ossenhuid
voor de hut van zijn moeder, gesteund door twee rituele
beschermers. De handelingen worden meestal gedaan door een
niet Samburu, Dorobo of een andere besnijder, waarna de
ingewijdenen gezamenlijk zingen “lebarta”. Na
een dag of twee maken ze bogen en pijlen (die bot gemaakt
zijn met hars) klaar, waarmee ze kleine vogels jagen om
decoratieve haardrachten te maken. Ongeveer een maand na
de besnijdenis worden deze afgedankt en de ingewijdenen
zijn nu “il-muraan”, waarbij ze toegestaan is
met hun zorg bewerkte haardoos en lichamen met rode oker
te decoreren als een symbool voor hun nieuwe status. Er
zijn ook Lodges en in een van de Lodges hebben we overnacht
hoe kan het ook anders weer aan de Ewaso Nyiro rivier. In
een boom hebben ze een plateau gemaakt, waarop ze vlees
neerleggen en dan maar hopen dat je van dichtbij chui ziet,
het luipaard. We zaten om 23.00 uur nog heerlijk op het
terras om ons geluk te beproeven, de toeristen lagen al
op bed want voor hun is het weer vroeg dag. Bij ons is het
altijd vroeg op en laat naar bed, genieten van de geluiden
en de magnifieke fauna en flora, het verveelt nooit. We
denken dan bij onszelf ach, als we aan de Indische Oceaan
zijn kunnen we uitrusten. En ja hoor terwijl iedere in een
diepe slaap ligt zien we het luipaard dichterbij komen en
sprong in de boom. Hij nam of zij nam het stuk vlees in
zijn bek en at het op zijn gemak op en sprong later weer
naar beneden en vertrok in de duisternis. Het was maar even
dat we hem zagen maar toch, ze zijn zo mooi. De Ewaso Nyiro
rivier is een erge lange rivier. Er zijn verschillende Lodges
en kampeerplaatsen.
Bij Isiolo maken we een stop voor de inkopen, het plaatsje
staat bekend om zijn metalen armbanden en rijden door naar
Nanyuki. We slapen op de “El Karama Ranch” van
een Engelse familie. Het is een zelfbedieningskamp. De Bandas
zijn vlak bij de rivier en de ranch ligt 42 kilometer van
Nanyuki. Bij Nanyuki sta je pal onder de evenaar. Kampeerders
zien hier veel gevarieerd wild, maar het is ook rijk aan
vogels. De Bandas zijn voor 2 à 3 personen. Ze hebben
een bed, matras, tafel, stoelen, wasbak en er is een barbecue
vuurplaats. De ramen hebben geen glas maar is van jute,
(waar wij vroeger de kolen in hadden) die overdag opgerold
zijn en ’s avonds maak je ze dicht. 24 uur bewaking
en je krijgt een zinken emmer met wamwater om je te wassen.
Die elke morgen en elke avond naar je Banda of tent wordt
gebracht. Je tent kan je ook opzetten. Een provisorische
douche is erook, je gooit emmers water in de grote tank,
je gebruikt de gammele trap om de emmers met water naar
boven te brengen. Door de felle zon heb je in de namiddag
een heerlijke warme douche. Zwemmen kan je in de rivier.
Paardrijden op een Engels zadel. Een voettocht kan men maken
en de twee oppassers zorgen dat ze in de buurt van je zijn.
De ranch is behoorlijk groot.
Ruma Nationaal Park
In de Valley ligt “Olambwe” hier heerst de
tsetse vlieg je weet wel die de slaapziekte overbrengt.
In Ruma leeft de Roan-antilope een zeer zeldzaam dier. Het
is een zeer klein park, want veel mensen weten het bestaan
geeneens.
Rusinga is nu een schiereiland in het Victoria-meer, een
leuk plaatsje. Het is tevens de geboorteplaats van Tom Mboya,
een bekend politieker, die in 1969 werd vermoord. Hier vlakbij
zijn hete bronnen.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|