Masai Mara Wild Reservaat
Het Masai Mara Wild Reservaat is beroemd om zijn immigratie
van de gnoes, elk jaar komen ze over de grens van Tanzania
naar dit gebied. Dit reservaat is genoemd naar de Masai,
de alhier wonende nomadenstam en de Masai Mara rivier, de
levensader van het park. Het Masai Mara Wild Reservaat is
de noordelijke uitloper van de Serengeti (Tanzania) en heeft
een totale oppervlakte van 640 vierkante kilometer.
 Zowel
het landschap als ook de hier voorkomende diersoorten, zijn
typisch Serengetisch. Reusachtige kudden gnoes, zebra’s,
antilopen, giraffen, olifanten en buffels grazen de steppen
af. Van leeuwen en jachtluipaarden tot jakhalzen en topi’s.
In het water van de Masai Mara rivier koesteren de nijlpaarden
en croco’s zich in de hete zon. Het vruchtbare gras-
en bosland van de savannen vormt de woonplaats van grote
kudden gnoes. De dieren op de savanne hebben nooit een verkeerde
lichaamsbouw. Ze zijn zo gebouwd, dat ze de beste overlevingskans
in de natuur hebben. Thomson (Tommie) is een gazelle die
heel wat kleiner is dan de Grant gazelle en makkelijk te
onderscheiden. De zwarte strepen op de flanken en de bruinrode
tint van de rug zijn opvallende kenmerken van de Thomson
gazelle. Leuk is zijn zwarte staartje, dat staat nooit stil.
Opvallend zijn de geringde horens. Bij de Lodges zijn vliegveldjes
dus het is ook een in- en uitvliegsafari en je kan ook met
een hete luchtballon de prachtige fauna en flora bekijken.
Dit wordt gecombineerd met een heerlijk champagne ontbijt
midden in de bush. Een belevenis op zichzelf, maar ontzaglijk
duur. Na een geweldige ochtend en veel wild gezien gingen
we lunchen in een Lodge, we zaten bij andere toeristen aan
tafel, die we al meerdere keren ontmoet hadden, gezellig
onze lunch te gebruiken. Een lopend buffet met alles erop
en eraan. De tafels zijn gezellig met bougainville en meerdere
gekleurde bloemen versierd. Van warm tot koud buffet, vruchten
in overvloed, verschillende soorten cake, het kon niet op.
We zaten uiteraard safariverhalen te vertellen, totdat
Gerard zei, ik wordt gek van dat kikkerbandje geluid. Dat
gekwaak gaat nu wel erg lang duren. Ik zei joh, doe niet
zo vervelend het zijn echt kikkers. Het werd dus een gekibbel
van welles en nietes.
Gerard werd het zat en wenkte de ober of hij even aan de
tafel kwam, en zei tegen de ober wilt u zo vriendelijk zijn,
dat kikkerbandje af te zetten we hebben het nu al een half
uur aangehoord en weten nu wel dat het kikkers zijn. Gerard
zei tegen de ober zet nu maar een leeuwenbandje op. De ober
zei meneer dit is geen cassette, het zijn kikkers. Gerard
werd nog kwader en zei nogmaals zet de cassette af. De ober
bleef rustig en zei het opnieuw, meneer dit is geen cassettebandje.
Ik was dat gezeur zo zat en liep van de tafel af en ging
naar buiten waar ik een grote vijver zag en uiteraard de
kikkers die in de vijver leefden. Ik liep terug en zei tegen
Gerard zijn jullie nu uit het gesprek gekomen. Nu wel zei
Gerard want inmiddels was de manager met de ober aan de
tafel gearriveerd. Gerard wilde nog even komisch zijn en
zei tegen de manager, zet nu maar dat leeuwenbandje op,
de manager gaf als antwoord de leeuwen hoort u vanavond
wel, als u in de tent ligt. Gerard en de andere toeristen
kwamen we nog twee keer tegen in de Lodges en het gesprek
was “the frog”.
We hadden besloten om in een Lodge te slapen, want op de
campingplaats stond een Engels echtpaar die een panga (een
groot kapmes) zwaaiend tegen de bavianen gebruikte, bij
de achterklep van de auto was zijn vrouw bezig met het bereiden
van de lunch. Maar de bavianen kwamen steeds weer terug.
Haar echtgenoot had een stok in de hand en daar zwaaide
hij de bavianen mee weg. De deuren van de auto stonden voor
open, ineens zag ik meneer de baviaan (een joekel was het)
op de zitplaats van de chauffeur zitten en schreeuwde je
sleutels zitten nog in het kontakt. Ik rende erheen en joeg
hem zwaaiend met mijn vest weg, het scheelde een haar want
met zijn hand had hij al de contactsleutel vast. Anders
was hij ervan doorgegaan met de sleutel. Bavianen vooral
de mannetjes hebben een gebit, dat voor die van een roofdier
niet onder hoeft te doen. Ze schrikken er zeker niet voor
terug een luipaard te lijf te gaan. De volgende morgen kwamen
we het echtpaar tegen in het park. Ze hadden niet in de
tent geslapen, maar in de auto. Er stonden nog meer tenten
die de bavianen al hadden opengemaakt of vernield. En wij
hadden een heerlijk bad en een verschrikkelijk goed diner
in de Lodge.
Magnifiek zijn de prachtige kroonkraanvogels, Oeganda heeft
deze vogel als het nationaal embleem op zijn vlag. De dans
van deze vogels is zeer boeiend. Hun beroemde dansen zijn
een feest voor het oog.
Zijn elegante gestalte, lange hals en poten doen hem op
het eerste gezicht een beetje op een reiger of een ooievaar
lijken, maar is beslist hier aan verwant. Zijn trompetachtige
roep, die een kilometer ver te horen is, klinkt weemoedig
in de oren. WA-AAW, WA-WAWAAW. Er is qua uiterlijk geen
enkel onderscheid tussen mannetjes en wijfjes. Beide hebben
ze de prachtige gouden verenkroon. Het zwarte kapje dat
er zacht glanzend bont uitziet, de helrode keellel en de
prachtige blauwe ogen. Het is de meest decoratieve en kleurrijkste
steltloper van geheel Afrika. Maar ook de secretarisvogel
is een prachtige vogel, die ook wel slangenarend wordt genoemd.
Het is geen steltloper, maar een roofvogel. Zijn lange kuifveren
op zijn achterkop, die eruit zien als de pennenschachten.
Het is een groot plezier om hem op stijve hoge poten statig
door het gras te zien stappen, met een vasteberadenheid
en een geweldige energie. We hebben hem voor de auto zien
lopen. Hij bleef met uitgespreide vleugels voor de auto
uitlopen, het is meer uitrennen. Het is een stapper. Soms
stopt hij bruusk om een of andere kleine prooi naar binnen
te werken, een hagedis, sprinkhaan of een krekel. Ontdekt
hij een slang, dan verandert de secretarisvogel totaal.
Zijn topveren gaan rechtop staan. Spreidt zijn vleugels
open, danst op zijn hoge sterke poten, die enorme grijpkracht
bezitten en dan gaat hij in de aanval. Tegen dodelijke beten
beschermt de slangenarend zich door snelle bewegingen en
door de klapperende vleugels als schild te gebruiken. De
slang giftig of niet wordt de pas afgesneden. Ze wordt achter
de kop gegrepen en indien niet te groot in haar geheel verzwolgen.
Langer dan een meter, dan wordt de slang in stukken getrokken.
Heel weinig slangen winnen het van de secretarisvogel. Nog
een typische vogel is de neushoornvogel, prachtig kleuren
en een grote snavel. Deze zat meerdere malen op een tak
boven onze tenten. Typerend is wel het insluiten van het
vrouwtje. Als een paartje een nestholte in een boom gevonden
heeft en het vrouwtje eieren wil gaan leggen, wordt de ingang
van het nest met vochtige klei en uitwerpselen dicht gemetseld.
Het vrouwtje zit dan al in de nestholte en brengt dit metselwerk
aan de binnenkant aan, terwijl het mannetje de specie aanvliegt.
Slechts een kleine spleet blijft er uiteindelijk open en
door die opening voert het mannetje z’n vrouwtje gedurende
de gehele broedtijd. Ook als de jongen uitgekomen zijn,
maar nog klein, blijft de moeder opgesloten zitten. Het
mannetje draagt ononderbroken voedsel aan. Voor moeder neushoornvogel
en de jongen neushoorntjes. Paps is er maar druk mee. Als
de jongen flink gegroeid zijn en de nestholte te klein wordt,
hakt het vrouwtje de ingang met haar krachtige snavel open,
daarbij geholpen van buitenaf door pappie.
We blijven nog even bij de vogels. De maraboe is erg lelijk.
Het dier behoort wel tot de familie ooievaar. Zijn korstige
kop, de roze, vlezige akelige kale keelzak. Zijn ganse gedrongen
gestalte en vooral zijn lugubere levenswijze boezemen de
mens weinig sympathie in en bezorgen de vogel “ten
onrechte” een slechte naam. Ze hebben een onsympathiek
voorkomen. Het zijn toch uiterst nuttige vogels. Zeker onmisbaar
in de wildernis. Ze ruimen alles op. Als hij zich opwindt
kan de keelzak opzwellen en een helrode kleur aannemen.
De fraaie witte poten van de maraboe lijken net witte sokken.
Maar dat wit is de mest die de maraboes gewoon langs hun
poten laten lopen. Iedereen denkt meteen, vies hè.
Toch niet! De bijtende mest schijnt een afdoend middel te
zijn tegen parasieten en andere ziekteverwekkers, waarmee
de maraboe bij zijn dagelijkse bezigheden (het ronddobberen
in aas en ander dierlijk afval) veel mee te maken heeft.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|