Turkana
Turkana ligt in het noordwesten van Kenia. In het noordoosten
ligt het gelijknamige meer.
Het klimaat is heet, erg heet. De bodem bestaat uit steen,
lava en zand. Het land is bijna onvruchtbaar, en tot mijn
verbazing hebben de mensen toch vrij veel vee. Geiten, schapen,
ezels, runderen en de dromedarissen. Het vee is erg belangrijk
voor de bruidschat en het onderhouden van relaties en vriendschap.
Turkana’s zijn nomaden en ze bouwen takkenhutten.
De kralen om hun nek zijn een statussymbool; hoe meer kralen
des te rijker de dame.
Het Turkana meer, ook wel Jade zee genoemd het is wel 60
meter diep, 230 kilometer lang en heeft een breedte van
58 kilometer. Het Turkanameer is het grootste zoutmeer ter
wereld en loopt nog door in Ethiopië. In het meer is
een reusachtige eiland dat ze het middeneiland noemen, het
is een kleine onherbergzame groep uitgedoofd vulkanen, hier
krioelt het van de croco’s. Het Turkanameer heeft
veel vis. Een nijlbaars van 100 kilogram vangen is heel
gewoon. Voor vogelliefhebbers is het een waar paradijs.
In 1888 ontdekte Graaf Teleki het meer, te voet wel te verstaan.
De Graaf noemde het meer naar de krankzinnig geworden Oostenrijkse
kroonprins Fransz Karel Josef Rudolf, het Rudolf meer. Hippo’s
leven hier en de wonderschone visarend, die de vis uit het
meer grijpt. Bij Oasis Lodge is een visserskamp, hier hebben
Prins Philip en Gregory Peck ooit hun kamp opgeslagen. Beweerd
wordt dat jaren geleden hier olifanten, leeuwen, impala’s
en giraffen voorkwamen. In Loyangalani zijn veel Borassuspalmen
en het heeft een waterbron. Er is een klein dorp, de bevolking
is zeer interessant en heet “El Molo”. Bij de
oase vlakbij het plaatsje Loylangalani kan je je tent opzetten
onder een palmboom. We konden regelmatig douchen, primitief
waren er douches neergezet, die uit riet en palmbladeren
waren opgetrokken, er was een kraan met een douchekop. Overdag
kon je heerlijk douche met de prachtige zon boven je hoofd
en als je hier genoeg van had, dan was het douchen nog romantischer
met de sterrenhemel. Het water werd gepompt uit de bronnen.
In Baragoi was het water schaars. Bij het Turkana meer was
het water in overvloed. Het is een gezellig plaatsje en
er is een klein hotel, wat zeker niet veel voorstelt. In
het uiterste van Kenia ligt Sibiloi Nationaal Park en Koobi
Fora aan de grens van Ethiopië. Koobi Fora is een gezellig
vissersplaatje. Wijlen Leakey heeft hier ooit een mensenschedel
gevonden, die ruim twee miljoen jaar oud moet zijn geweest.
Hij vond er werktuigen en beenderen van uitgestorven diersoorten.
Er naar toe rijdend is het een hobbelige weg. Een boottocht
over het Turkana meer is erg leuk. Je komt op een gegevens
moment bij een eiland in het Turkana meer, daar wordt je
gedropt, om het eiland bezichtigen. De boot vertrekt weer
en de bemanning vertelde ons dat ze een andere route namen
om je vervolgens weer aan de andere kant van het eiland
op te pakken. De voettocht op het eiland was te lang vond
ik, geen boom of struik te bekennen alleen maar veel skeletten
van dieren en warm dat het was.
Dromedarissen zijn belangrijk en geiten en schapen worden
gehoed door kleine meisjes en jongens en worden geslacht
voor gasten en kleine rituelen of enkel voor vlees. Ezels
worden als pakdieren gebruikt. Vissen spelen slechts een
rol in de Turkana economie. “Alleen in het droge seizoen
en in periodes van schaarste”.
De El Molo stam is waarschijnlijk de kleinste stam van Kenia.
Maar door huwelijken met de naburige Samburu en Turkana
wordt gezegd dat ze niet meer de kleinste stam zijn. Een
ongastvrije regio van een door de wind gegeselde lava en
door de zon verschroeid woestijnstruikgewas. De El Molo’s
bestaan van de visvangst. De geschiedenis van de El Molo
is onduidelijk. De naam is afgeleid van het woord Molo,
hetgeen “mens” betekent. De koepelvormige, ronde
El Molo hutten worden gebouwd van gevlochten acaciatakken
en bedekt met palmbladeren, riet, gras of andere vegetatie,
die vastgehouden worden tegen de verzengende wind door stenen
matten van geweefde palmbladeren. We hebben nog even zo’n
hut van binnen gezien. Oh, wat zijn we blij dat wij een
geweldig bed hebben met een goede matras. De El Molo is
een vriendelijke stam, die voor de toeristen kleine mandjes
maken. Kleine kinderen komen naar je toe en houden je hand
vast en geven een zelfgemaakt mandje weg. Andere vragen
een klein centje. Er is nu een klein schooltje voor de kinderen
gebouwd. De meerderheid van de genoemde stam spreken nu
Samburu. Slechts een paar ouderen spreken de inheemse taal.
Gedeelde culturele gewoontes, zoals het begraven van de
doden in stenen steenhopen en het geloof in een godheid,
die “Wak” genoemd wordt suggereren, dat de El
Molo afstammen van een vroegere groep van de naburige Rendille-herders
die in vissers veranderd zijn. De Rendille’s leven
in het noordoostelijke gedeelte van Kenia en zijn buren
van de Samburu’s. De Rendille’s mengen de dromedarissenmelk
met bloed, een klein mesje of een scherpe pijl wordt er
een ader in de strot opengesneden die, nadat voldoende bloed
is afgetapt wordt dichtgemaakt met een mengsel van haar
en dromedarissenmest. Schapen en geiten hebben ze ook. Het
halen van water is de taak van de vrouw. “Almhato”
is aan het begin van de lange regenperiode. Elke familie
stelt een dier ter beschikking voor de slacht gedurende
“soriu”, waarbij de andere getuigen zijn en
beschilderen hun lichamen met het bloed van de gedode dieren.
De overgebleven dromedarissen en kleinvee worden besmeerd
met bloed door de vader of oudste getrouwde zoon. Almhato
is een feest van melk, om ongeluk te voorkomen. De ceremonie
wordt leeftijdgroepsgewijs uitgevoerd en een bepaalde hoeveelheid
verse melk (een week later, zure melk) wordt gedronken.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|