Iban longhouses (25, 26, 27& 28 september 2001)
Om 7.30 uur vertrekken we met onze bus richting de Lemanakrivier.
In Semonggoh maken we een tussenstop bij een opvangcentrum
voor Oerang Oetans. Deze dieren leven in het wild en komen
op gezette tijden naar deze plek om te eten. De regering
van Maleisië heeft ingezien hoe uniek deze dieren zijn die
alleen nog voorkomen op Borneo en Sumatra. Er zijn diverse
opvangcentra opgezet in Maleisië; bij dit opvangcentrum
verblijven op het moment dat wij er waren 18 Oerang Oetans.
 Na
een kleine wandeling door de jungle arriveren we bij de
eerste voederplaats. We wachten een tijdje maar zien helaas
niets. Ineens horen we verderop een hoop gebrul. We lopen
verder op het geluid af en na een kleine 10 minuten zien
we een hoop geritsel. Na even zoeken zien we vijf Oerang
Oetans door de bomen zwieren en klauteren. We lopen nog
dichterbij en we kunnen zelfs bij een tot vijf meter afstand
komen. Tot deze ineens op ons af komt lopen we met z'n allen
een paar flinke stappen naar achteren doen. De Oerang Oetan
klimt de boom in en na een tijdje zwiert hij over ons hoofd
naar een andere boom.
Vervolgens gaan we weer verder met de bus en stoppen bij
een lokale markt bij Serian. Ook hier weer diverse oerwoudgroenten,
vruchten en vis dat door de lokale bevoling wordt aangeboden.
Na deze tussenstop rijden we nog twee uur door naar de Lemanakrivier
waar de Ibans op ons staan te wachten.
 We
varen hier met hun smalle, lange boten naar het longhouse.
Na het inrichten van de slaapverblijven hebben we alle tijd
om de verblijven te bekijken.
Na het eten worden we uitgenodigd voor de welkomsceremonie.
De 'Tuai Rumah', de hoofdman, heet ons hartelijk welkom
waarna we diverse dansen te zien krijgen. De Ibans die deze
dans uitvoeren zijn gekleed in traditionele kledij.
Vervolgens wordt iedereen uitgenodigd om mee te doen. Ook
maken we kennis met de 'tuak' (rijstwijn) en whiskey. Ook
het drinken van deze drank wordt niet zomaar gedaan. Na
driemaal achter elkaar in koor 'HooHaaaaaa' geroepen hebben
nemen we een slok van de drank. Deze speciale manier van
proosten wordt als erg bijzonder ervaren en we nemen dan
deze traditie ook mee gedurende de hele reis. Na de dans
kunnen we bij de bewoners diverse spullen kopen die met
de hand zijn gemaakt.
Hierna keren we terug naar het guesthouse en gaan we slapen.
De temperatuur is hoog, het is klam en we horen de diverse
krekels in het oerwoud tekeer gaan.
 De
volgende ochtend ontbijten we met wit brood, patat, ei,
banaan en cake. Een vreemde combinatie, maar erg lekker.
Om 09.00 uur krijgen we een demonstratie te zien van een
hanengevecht. De hanen krijgen geen mesjes om de poten omdat
het alleen maar een demonstratie is. Al snel blijkt dat
een van de hanen sterker is en wordt het gevecht direct
gestaakt. Daarna laat een Iban in traditionele kledij zien
hoe er gejaagd wordt met een blaaspijp. Deze blaaspijpen
zijn 6 voet lang en werden vroeger gebruikt voor de jacht,
maar nu hebben geweren plaastgemaakt voor de blaaspijpen.
Na deze demonstraties is het tijd om te vertrekken naar
het andere longhouse. In de stromende regen met onze poncho's
aan varen we vervolgens verder de jungle in. Na een uur
varen verandert de kleur van de rivier in helder water en
wordt de rivier ook een stuk smaller. We varen langs muren
van planten en bomen en af en toe moeten we de Iban helpen
met het over de rotsen trekken van de longboats.
 Na
een tijd varen stoppen we voor de lunch op een klein verlaten
strandje. De Ibans zoeken grote stukken bamboe en verdelen
dit in stukken van ongeveer 70 cm. Vervolgens leggen ze
de rijst in grote bladeren en vouwen deze dicht. De bladeren
worden in de bamboe gelegd en aangevuld met rivierwater.
Er wordt daarna een stellage gebouwd van hout waaronder
een vuur wordt gemaakt (met nat hout). De bamboe wordt er
tegenaan gelegd en zo wordt de rijst gekookt. Op dezelfde
wijze wordt de groente en het vlees klaargemaakt.
Na de maaltijd gaan we lopend verder en maken we een tocht
van drie kwartier op weg naar het andere longhouse. We gaan
door heuvelachtig gebied en zien vanaf de toppen de damp
boven de jungle uitkomen. Het is de eerste tocht door de
jungle die we lopend afleggen en het valt niet altijd mee.
De regen is opgehouden en het wordt weer erg benauwd.
Na de tocht worden we vriendelijk ontvangen in het longhouse.
Wij zijn voor deze mensen het enige contact met de buitenwereld.
's Avonds worden we officieel welkom geheten door de hoofdman
van het longhouse en geven we diverse cadeaus. De inrichting
van dit longhouse is een stuk ouderwetser dan het vorige
longhouse en je merkt goed dat men hier veel minder ingesteld
is op toeristen. 's Avonds leren we onder het genot van
een glas tuak veel over het leven van de Ibans. We eten
in een grote kring in het woonhuis van de hoofdman en gaan
daarna onze slaapplek inrichten.
Rond 04.00 uur de volgende morgen is iedereen wakker. Het
longhouse heeft een aantal hanen die prima blijken te werken
als natuurlijke wekker. Verder slapen gaat niet meer; de
Ibans worden ook wakker en de honden lopen langs onze slaapplaatsen.
Als ik naar buiten kijk zie ik een hert vlakbij het longhouse.
Als ik mijn fototoestel pak om een foto te maken is het
hert verdwenen.
Rond 08.30 krijgen we ontbijt waarna we wandeltocht maken
door het jachtgebied van de Iban. We zien weinig dieren
omdat de Iban hier regelmatig doorheen trekken.
We steken een paar keer de rivier over en lunchen op een
strandje aan de rand van de rivier. Terwijl de Iban het
eten klaarmaakt, gaan we met onze lokale gids al lopend
en zwemmend stroomopwaarts.
Na een lange tijd lopen en zwemmen gaan we terug voor de
lunch. We krijgen nu ook verse bamboe te eten wat vrij bitter
smaakt. We laden na de lunnch de spullen op de boot van
de Iban en gaan zelf lopend en zwemmend terug naar het longhouse.
 De
rest van de middag hebben we rust gehouden aan de rand van
de rivier. We houden nog een kleine wandeling aan de overkant
van de rivier en horen al snel een zwaar geluid en zien
bladeren ritselen. We zien een wild zwijn en keren snel
weer naar beneden.
De volgende dag keren we terug via het pad dat we ook gelopen
hebben op de heenweg naar het longhouse toe. De Ibans van
het eerste longhouse halen ons weer op waar we ook afgezet
zijn en we varen nu in een paar uur stroomafwaarts naar
het beginpunt waar we afgezet zijn door de bus. In de bus
krijgen we een gedetailleerde kaart te zien van Sarawak
en nu realiseer ik me goed hoe groot Borneo werkelijk is.
Om 16.30 uur arriveren we weer in Kuching; we hebben totaal
er 9 uur over gedaan om terug te komen, maar op de kaart
lijkt het helemaal niet zo ver.
Na vier dagen en drie nachten kunnen we onze kleding weer
verschonen. Met dit klimaat heeft het ook geen zin om veel
kleren mee te nemen. Je zweet erg veel en af en tijdens
een tocht je shirt even door de river halen (eventueel met
wat meegebrachte zeep of shampoo) is genoeg om het weer
tijdelijk fris te krijgen. De echte was komt thuis wel weer.
Het is heerlijk om na deze dagen weer te genieten van een
goed bed en een warme douche.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|