Gunung Mulu National Park (2 t/m 7 oktober 2001)
 We
hebben vandaag geen tijd om Miri zelf te bekijken. De bedoeling
was om vandaag met boten naar het Gunung Mulu Park te varen.
De waterstand is echter te laag waardoor we wederom zijn
aangewezen op een binnenlandse vlucht. Wel kunnen we onze
overtollige bagage achterlaten in het hotel. Dit wordt later
door een expeditiebedrijfje verzonden naar Limbang waar
we onze expeditie van Mulu beëindigen.
Dit betekent wel dat we voor zes dagen en vijf nachten spullen
mee moeten nemen in ons relatief kleine dagrugzakken. Dit
betekent voor mij slechts 1 reserve onderbroek mee, een
blouse en nog 1 t-shirt. De rest bestaat uit ander materiaal
dat nodig is voor de trektocht zoals lakenzak, klamboe en
zaklantaarn.
We vertrekken rond 09.00 uur vanaf het vliegveld van Miri
met ons gecharterde vliegtuig naar Mulu. Het is een douarnier
vliegtuig dat een stuk lager vliegt waardoor we goed uitzicht
hebben op de jungle van Borneo. Het is een vreselijk mooie
vlucht en we zien gelukkig vrij veel ook al is er wat bewolking
waar te nemen. Vlak voor de landing vliegen we vlak over
de Pinacles die we ook tijdens de trektocht gaan tegenkomen.
Met een busje worden we naar het hoofdkwartier van het
park gebracht. Voor we naar onze slaapverblijven gaan, is
er nog tijd om een wandeling te maken in de omgeving. We
lopen een stuk de jungle in en zien direct dat het hier
er totaal anders uitziet dan bij Bako. In Mulu bevinden
we ons in het primaire regenwoud en we zien nu veel meer
woudreuzen en de meest vreemdsoortige insecten. Ook is de
vegetatie een stuk dichter dan bij Bako.
 Begin
van de middag kunnen we naar onze guesthouse. We varen een
klein stukje en gaan dan lopend verder, waarbij we tot bijna
onze middel door het water moeten lopen om de slaapverblijven
te bereiken omdat de rivier buiten haar oevers is getreden.
Het hele guesthouse is omsloten door water.
Later die middag maken we met een gids een wandeling naar
de Lang's Cave en de Deer Cave. Na drie kwartier gelopen
te hebben bereiken we de Lang's Cave, waar we veel druipsteenformaties
zien.
Daarna gaan we door naar de indrukwekkende Deer Cave. Deze
grot heeft de grootste ingang ter wereld. De ingang is 100
meter hoog en 120 meter breed; de 'zaal' zelf is 174 meter
breed en 122 meter hoog. We lopen de zaal in en de geur
van vleermuizenpoep komt ons tegemoet. We zien aan het plafond
duizenden vleermuizen hangen, in totaal zo'n 2 miljoen.
Na een kleine twee kilometer de grot ingelopen te hebben
bereiken we de achterkant waar de tweede ingang te vinden
is van de grot. Hier zien we de Garden of Eden. Grote rotsformaties
met achterin de ingang, afgesloten met diverse planten en
struiken uit de jungle, maken het net of je je in het Paradijs
bent. We verlaten de grot en niet veel later zien we van
afstand de duizenden vleermuizen in grote groepen de grot
verlaten.
Daarna keren we in rap tempo terug naar het hoofdkwartier
om te voorkomen dat we helemaal in het donker door de jungle
moeten teruglopen. Tijdens de terugtocht horen we de meest
vreemde geluiden.
 De
volgende dag merken we goed dat het de hele dag hard geregend
heeft, want de waterstand van de rivier is nog hoger. Omdat
we met het vliegtuig zijn gekomen, hebben we flink wat tijd
over en daarom houden we een rustdag.
Rond 14.00 uur klaart het weer ook op en besluiten we met
een aantal om naar een waterval te gaan. We lopen eerst
via een aangelegd pad door de jungle maar al snel houdt
deze op en gaan we via de rivierbedding verder. We lopen
tot onze knieën door het water met onze lokale gids voorop.
We komen onderweg een aantal diepe stukken tegen en ook
moeten we een paar keer een rivier oversteken. Met mijn
tas hoog boven mijn hoofd moet ik soms tot mijn nek en op
mijn tenen door het water heen. Tijdens de tocht zie ik
hoog in de bomen een neushoornvogel wegvliegen; helaas is
het niet mogelijk om hem goed te zien.
Na een tijd lopen bereiken we de waterval. Deze bestaat
uit twee kleinere en een grote. We zwemmen naar de overkant
door de brede snel stromende rivier en nemen onder een van
de watervallen een douche.
We keren via dezelfde weg terug en horen meerdere keren
het geluid van neushoornvogels en zien een klein slangetje
op het pad liggen.
We vertrekken de dag erna met twee boten stroomopwaarts
en we maken een stop bij de Penan. Dit semi-nomadenvolk
heeft diepgewortelde tradities en niemand kent de jungle
beter dan zij. Een klein gedeelte leeft nog steeds op nomadische
wijze in het regenwoud, maar door de houtkap worden zijn
meer en meer gedwongen in longhouses te leven, vanwaar zij
de jungle intrekken.
Vervolgens houden we een stop bij de Windcave waar weer
diverse druipsteenformaties te zien zijn en de wind via
diverse gaten te voelen is.
Daarna lopen we door naar de Clearwatercave waar we de langste
ondergrondse rivier van Zuid Oost Azië zien stromen. Deze
redelijk brede rivier is 107 kilomter lang. We lunchen bij
de ingang van deze grot en zetten vervolgens koers richting
'Camp 5'. Na een tijdje varen worden we gedropt en vervolgen
we onze weg via een pad door de jungle. Na een paar kilometer
bereiken we een rivier waar we overheen moeten. Na in totaal
8 kilometer lopen bereiken we onze overnachtingsplek 'Camp
5'.
 Bij
aankomst nemen we eerst een duik in de ijskoude rivier.
We komen hier lekker bij van de tocht waarna het tijd is
om onze slaapplaats in te richten. We slapen in open ruimtes
die gescheiden worden door diverse schotten en hangen onze
klamboe op aan een aantal balken aan het plafond en slapen
op de houtenvloer. Omdat de aggregaat het al vrij snel begeven
heeft, besluiten de eersten al om 19.30 uur naar bed te
gaan, de anderen volgen rond 21.00 uur.
De volgende dag ook vroeg wakker en vreselijk slecht geslapen.
Het blijkt dat de klamboe goed gewerkt heeft tegen alle
vliegende beesten, maar alle insecten die op de grond kruipen
konden makkelijk onder de klamboe doorkomen.
Onze reisleider had geen klamboe bij zich en die is gestoken
door een grote kever. Deze heeft een soort zuur in zijn
kin gespoten. Hij dacht aan een schorpioen, maar de lokale
gids zei dat het een kever geweest moest zijn. De dag erna
was een grote brandblaar te zien op zijn kin.
Gelukkig heb ik in het slaapverblijf niet de mieren gezien
die wel in het toiletgedeelte te zien waren: deze waren
ongeveer 4 centimeter groot en een paar mieren kreeg het
zelfs voor elkaar om een paar grote bijen te grijpen.
 Deze
dag maken een aantal van ons een beklimming naar de Pinacles.
Ik ben hier niet aan begonnen door de vele blaren die ik
op mijn hiel heb.
We merken nu goed hoeveel bijen hier zijn. Honderden bijen
zwermen rond 'Camp 5' en het wordt soms te hinderlijk waardoor
een aantal serieus overwegen om onder hun klamboe te kruipen.
Schoenen en andere kledingstukken die nat zijn of naar zweet
ruiken worden zoveel mogelijk ver weg gezet om de bijen
buiten de deur te houden. Halverwege de middag wordt het
zo erg dat de gidsen een vuur maken met speciaal hout dat
de bijen op grote afstand houden.
 De
volgende dag is iedereen weer vroeg wakker en breken we
rond 06.00 uur onze slaapplaats op. Ondanks de mooie omgeving
is iedereen toch wel blij dat we 'Camp 5' gaan verlaten
door de grote hoeveelheid insecten en bijen. We beginnen
aan de 11,3 km lange Headhunterstrail door primair regenwoud.
Deze Headhunterstrail werd vroeger door de Iban gebruikt
om koppen te snellen in Limbang. De boten werden over dit
pad meegenomen naar de rivier.
Na drie uur en een kwartier bereiken we de rivier en rusten
uit van de tocht bij een hut aan de rand van de rivier.
We wachten hier op de anderen en na een half uur komen weer
een aantal longboats om ons op te halen.
We lunchen onderweg en varen in ongeveer twee uur door naar
het longhouse van deze Iban, gelegen aan de Medalamrivier.
We worden tijdens de tocht overvallen door een tropische
regenbui. We zien bijna niets meer zoveel regen valt er
naar beneden. Mijn poncho is helemaal gescheurd en probeer
er alles aan te doen om in ieder geval mijn fototoestel
droog te houden.
Alles is klam als we aankomen in het longhouse. We kunnen
hier een beetje opwarmen maar niets wil goed drogen door
de vochtigheid. Iedereen voelt zich smerig en het verlangen
naar een warme douche en goed bed wordt steeds groter.
Toch blijft iedereen er vrolijk onder door alle opmerkingen
die er over gemaakt worden.
De volgende ochtend om 08.30 uur vertrekken we met de longboats
naar het plaatsje Limbang, gelegen bij de grens van Brunei.
De boten varen tot het plaatsje Medamit waar we overstappen
op 4x4 wagens die ons naar Limbang zelf brengen. Een groot
deel van de weg is niet geasfalteerd en al hobbelend beginnen
we aan de rit.
In Limbang arriveren we bij een luxe hotel waar we kunnen
bijkomen van de trektocht. Onze bagage die we in Miri hebben
achtergelaten is nog niet gearriveerd, dus besluiten we
om eerst maar even een hapje te gaan eten. Rond 16.00 uur
is alle bagage binnen en kunnen we ons lekker douchen.
's Avonds neemt Markus, onze lokale gids, ons mee naar
een restaurantje aan de rand van de rivier waar we met z'n
allen gaan eten. Het liefst had hij ons nog mee willen nemen
voor het nachtleven in Limbang, maar iedereen is zo moe
dat we teruggaan naar het hotel. We drinken nog wat en gaan
dan naar bed.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|