Terug naar Auckland
 Ik
hoop dat Willy Wanker het redt. De knusse Nissan uit 1982,
zonder zijspiegels, stuurbekrachtiging en overtuigende remmen,
maar met haperende taperecorder, koplampen en achterklep,
staat zoals altijd solide en vastberaden op de parkeerplaats
van het Toroa House, het internationale studentencomplex waar
ik de afgelopen vijf maanden heb gewoond. Toch een beetje
bezorgd. Mijn auto heeft natuurlijk niet voor niets de naam
Willy Wanker gekregen. Maar goed, ik geef hem een kans. Heeft
‘ie verdiend. De komende drie weken kan hij zijn imago
als bijtertje waarmaken. Tijdens mijn trip is hij namelijk
mijn enige constante metgezel. Samen gaan we, via de westkust
van het Zuider Eiland, dwars door de uitgestrekte binnenlanden
van het Noorder Eiland, terug naar de stad waar het zes maanden
geleden allemaal is begonnen: Auckland.
Als je alleen reist, maak je van objecten al snel personen.
Willy is absoluut een auto, maar soms lijkt hij toch echt
menselijke trekjes te bezitten. ’s Ochtends is hij
niet vooruit te branden, ’s middags kijkt hij uit
naar de pauze en ’s avonds moet ‘ie bijkomen.
Je kan hem nooit volledig vertrouwen en hij doet niets voor
niets. Qua uiterlijk heeft meneer Wanker, met zijn vrolijke
koplampen en (kind)vriendelijke uitstraling, wel iets weg
van de auto van Bassie en Adriaan. Ook een grote persoonlijkheid.
Objecten worden meestal kameraden uit verveling of eenzaamheid.
In de film Cast Away weet Tom Hanks zijn hoofd erbij te
houden door vriendschap te sluiten met Wilson, een volleybal.
 Tijdens
mijn trip naar Auckland heb ik me echter nauwelijks verveeld,
en eenzaam ben ik eigenlijk ook niet echt geweest. Wat Willy
voor mij betekent is daarom misschien beter te vergelijken
met wat Kid voor Micheal Knight betekent, of Herbie voor
Jim Douglas. Een team, een duo. Willy en ik zijn tijdens
onze rit trouwens amper alleen geweest. Steeds weer komen
we reizigers tegen die dezelfde kant opmoeten en een lift
goed kunnen gebruiken. Natuurlijk is alleen zijn niet hetzelfde
als eenzaamheid, maar het is altijd leuk om je ervaringen
met iemand te delen. Ondanks, of misschien juist omdat je
die persoon pas net hebt leren kennen.
De eerste drie dagen van de trip word ik vergezeld door
mijn goede Nieuw-Zeelandse vriendin Sarah en mijn Tsjechische
kamergenoot Roman. Vanuit Dunedin rijden we naar Te Anau
in Fiordland, waar we tegen de avond arriveren. Het is al
donker, en erg koud. Sarah wijst ons de weg naar het hostel
waar ze zelf een zomer heeft gewerkt. ‘Een erg vruchtbare
periode,’ zoals ze haar tijd daar zelf bescheiden
samenvat. Het plan is om de volgende morgen naar Milford
Sound te rijden, de beroemdste en best bereikbare gletsjerfjorden
aan de zuidwestkust van Nieuw-Zeeland.
vorige
reisverslag (Australië) | volgende
reisverslag |