Een rit over de Lofoten van noord naar zuid (Zondag 30
juni 2002)
 Het
is alweer mooi weer wanneer we wakker worden. Ons plan is
om zover mogelijk naar het zuiden te rijden, tot aan het
plaatsje Å op het eiland Moskenesøya. En weer
nemen we hier en daar binnenweggetjes en meestal worden
dat omwegen of moeten we weer dezelfde weg terug.
Uren rijden we over smalle wegen door een ongelooflijk landschap
met bergen, zicht op de zee en kleine vissersdorpjes verborgen
op de meest onwaarschijnlijke plekken. Een erg mooi gelegen
plaatsje vonden we Reine, vernoemd naar een vriendin van
ons.
En eindelijk, veel later dan we hadden verwacht, zijn we
dan in Å, de zuidelijkste plaats van de Lofoten waar
we met de auto kunnen komen en tevens de plaats met de kortste
naam ter wereld. Er wonen ongeveer 250 mensen.
 Op
de terugweg slaan we af naar pittoreske dorpjes als Nusfjord
en Ballstad. Op de heenweg hadden we al tol (NOK 80, ongeveer
€ 11,50) betaald voor de tunnel tussen Vestvagøya
en Flakstadøya en nu op de terugweg moeten we weer
betalen. Het totaalbedrag dat we ondertussen aan tol hebben
betaald loopt gestaag op. In Leknes nemen we eerst weg 817
en vervolgens de 815 langs de oostkust van het eiland, een
smalle maar rustige weg die ook weer mooie uizichten biedt.
En nee, we worden er niet moe van; geen sekonde verlangen
we terug naar het vlakke Nederland.
Op de E10 rijden we een stuk terug naar Borg waar een gerekonstrueerde
Viking boerderij staat. Fundamenten van deze reusachtige
boerderij werden enkele jaren geleden gevonden en men is
druk bezig een openluchtmuseum in te richten. Het is flink
rokerig in de immense boerderij, zoals het waarschijnlijk
vroeger ook was.
Behalve een bezoek aan het museum is er een groot stuk land
waar we doorheen kunnen wandelen en hier en daar zijn enkele
bezienswaardigheden, zoals deze nagebouwde smidse rechts.
 Na
een wandeling van bijna 2 km. over stijgende en dalende
weggetjes komen we uiteindelijk bij een meer waar een nagebouwd
vikingschip ligt.
Het schip maakt ook echt tochtjes, maar daarvoor zijn wij
te laat. En een bemanning van 2 is toch te weinig voor zo'n
schip.
We lopen de weg terug, ons verbazend over de afwisseling
van temperaturen: soms is het bloedheet in de luwte, dan
weer flink fris in de wind op de top van de heuvel. Hoewel
het museum nog niet helemaal af is, vinden we het zeker
de moeite waard.
Op weg naar Svolvær rijden we ook nog langs Henningsvær,
een dorpje dat bestaat uit een groepje kleine eilandjes
die ook via bruggen te bereiken zijn.
 Wanneer
we door Kabelvåg rijden moeten we nog even een foto
maken van de Vågan kirke, de grote houten kathedraal
van de Lofoten uit 1898.
We zijn laat weer terug op de kamping in Laukvik, maar
zeer tevreden over wat we allemaal gezien hebben vandaag.
Deze eilandengroep is zeker de moeite waard om langer te
blijven. Maar we hebben een route te volgen en moeten morgen
weer verder.
vorige
reisverslag | volgende
reisverslag
|