Singanoor (17-9-2001)
Na een half jaar zonder vriendin op stap te zijn geweest,
kon ik eindelijk in Singapore Hanane weer in de armen sluiten.
Hoewel we allebei gedacht hadden dat we aan elkaar zouden
moeten wennen, was het binnen een dag alweer vertrouwd.
We hadden in Singapore afgesproken met de zus van een vriendin
van een collega van Hanane haar werk bij DSM (volgen jullie
me nog?). Zijnde Singaporese (en een gelegitimeerd gids)
zou zij ons in een aantal dagen de grand-tour van Singapore
gaan geven.
 De
eerste middag met Noor wordt besteed aan een boottochtje
op de Singapore River. Tijdens de boottocht krijgen we wat
over het ontstaan van Singapore te horen. Na dit stukje
historie vergezellen we een groepje toeristen die na hun
stadstour per bus weer terug naar het vliegveld wordt geloodst
(Noor gidst wel vaker stopovertoeristen voor Singapore Airlines
en vandaar dat we met haar collega mee mogen). Tijdens de
rit naar het vliegveld worden we op humoristische wijze
door Noor's collega attent gemaakt op onder meer de verschillende
gebouwen die ons passeren en al snel bereiken we het vliegveld.
 Vanuit
hier gaan we samen met Noor richting één van
de typische Singaporese 'public housing' gebieden. Hoewel
je hierbij misschien aan echte huizen zou denken, zijn het
zonder uitzondering dertien-in-het-dozijn-uit-de-grond-gestampte
flats. Ongeveer 90% van de bevolking woont in deze flats,
want grond is hét ultieme schaarse goed in Singapore.
Niettemin heeft het leven in deze vorm van plangerichtheid
van de Singaporese overheid ook zijn voordelen. Elk 'public
housing' gebied is standaard voorzien van alles wat een
mens mogelijkerwijs maar nodig zou kunnen hebben. Van grote
winkelcentra tot politieposten tot goed openbaar vervoer
tot restaurants en amusement; alles op loopafstand.
Samen met Noor lopen we wat rond in één van
de winkelcentra, alwaar Noor durian -de nationale lekkernij-
koopt. Durian is een nogal stinkende vrucht en om het op
zijn zachtst gezegd uit te drukken, je moet het leren waarderen
(in mijn geval wordt dit waarschijnlijk een volgend leven).
Na wat gegeten te hebben in één van de vele
restaurantjes belt Noor haar in de buurt wonende zus op
om te vragen of we even langs mogen komen. Blijkbaar is
de hele familie zo gastvrij als Noor en binnen vijftien
minuten bevinden we ons in de flat van haar zus. Hoewel
van buitenaf de flats er niet zo aantrekkelijk en ruim uitzien,
is het binnen een geheel ander verhaal. In het geval van
Faridah (de zus van Noor) bestaat de flat uit twee verdiepingen
met een moderne inrichting. Na wat gebabbel over de familie
en een kleine fotosessie gaan we er weer vandoor. We spreken
met Noor af om later die week in de avonduurtjes naar één
van de vele musea te gaan.
 Aangezien
ik me altijd mentaal moet voorbereiden wil ik überhaupt
het bezoeken van een museum overwegen, gaan Hanane en ik
eerst de volgende dag richting de Singapore Zoo. Op de één
of andere manier had ik het idee in mijn hoofd zitten dat
deze Zoo ruim opgezet zou zijn en dat de dieren wat meer
ruimte en 'vrijheid' zouden hebben dan in andere dierentuinen.
Eenmaal aangekomen blijkt dat de grootste misvatting tot
nu toe geweest te zijn, want hoewel men mooie ruime parkjes
en paden heeft aangelegd voor de mensen, hebben de dieren
slechts minimale beweegruimte en zelfs geen sarcastische
'vrijheid'. Niettemin bevindt zich naast de Singapore Zoo
de zogeheten Nightsafari, een mogelijkheid om in de donkere
avonduren de dieren in hun natuurlijk habitat te zien rondbanjeren.
Na alle trails te hebben gelopen en het trammetje genomen
te hebben, durf ik te beweren dat dit toch wel dé
topattractie van Singapore is. Hoewel ik nog steeds van
mening ben dat dieren niet in een dierentuin horen, moet
ik toegeven dat de bedenkers van de Nightsafari erg hun
best hebben gedaan om het voor zowel mens als dier zo aantrekkelijk
mogelijk te maken.
Zoals gezegd stond er nog een museum samen met Noor op het
programma, dus de volgende dag gaan we in de avond (na 18.00
is het gratis en we zijn tenslotte Nederlanders!) richting
het Singapore Art Museum. Noor loopt ons met behulp van
de museumexpositie door de historie van Singapore heen en
aangezien deze niet zo groot is, staan we na een uurtje
alweer buiten (yes!!!). Op weg naar het museum hadden we
een leuk eettentje gezien en aangezien eten hier tijdverdrijf
numero uno is en ik me altijd graag aanpas aan de gewoonten
van de lokale bevolking, besluiten we even een hapje te
gaan eten. Hoewel Hanane en ik niet echt hele kleine eters
zijn, zit er een Aziatisch stelletje naast ons dat eet alsof
hun leven er vanaf hangt! De hele tafel staat vol met gerechten
en de obers blijven maar nieuwe gerechten aanslepen. Gelijktijdig
vragen wij ons af waar ze het allemaal laten en hoe ze in
hemelsnaam zo superslank blijven. Na het eten spreken we
met Noor af om de volgende dag naar Sentosa Island te gaan.
Dit is een klein eilandje specifiek ontwikkeld voor zowel
lokaal als internationaal toerisme.
 Kortom,
de volgende dag bevinden we ons op Sentosa Island en de
eerste attractie die we bezoeken is een museum. Zoals iedereen
nu onderhand wel weet, ben ik geen museumtype. Niettemin
blijkt dit museum behoorlijk interessant te zijn en is er
zelfs een sectie die in woord en beeld de verscheidene festivals
die Singapore rijk is laat zien. Gezien de variatie in bevolkingsgroepen
in Singapore is er bijna elke dag wel een feestje te vieren
en als waar feestbeest (paaaaaaaaaarty! uh-huh!?!) besluit
ik om na terugkeer van Sentosa direct de Singaporese nationaliteit
aan te vragen.
Na het museum struinen we gedrieën wat rond over de
bospaden en lopen we langs het Sentosa strand. Veel volleyballende
jongelui en her en der wat wannabe-skaters. Aangezien de
honger alweer is toegeslagen vervolgen we onze weg richting
een typisch Singaporees eettentje aldaar, de Burger King.
Na het eten blijft Noor op een bankje zitten om wat (huis)werk
(ze studeert ook nog naast haar werk!) te doen, terwijl
wij met de monorail even een rondje over het eiland maken.
De avond breekt aan en we begeven ons richting de licht,
laser en watershow in het open auditorium van Sentosa. Ongeveer
een half uur lang worden we op technische hoogstandjes getrakteerd,
waarbij water en techniek vloeiend in elkaar overlopen.
Hoewel gedurende de show er verscheidene landen de revue
passeren, is Nederland niet van de partij. Wat hebben Frankrijk,
Griekenland en Italië wat Nederland niet heeft? Wat
is er nu mooier dan molentjes, klompen en tulpen en vrouwen
met lampenkappen op hun hoofd?!?! Maar goed, we waren niettemin
onder de indruk en kunnen de show van harte aanbevelen.
Na Sentosa nemen we afscheid van Noor en bedanken we haar
voor de Tour-de-Singapore. Hopelijk zijn we in de toekomst
in gelegenheid om haar in Nederland te ontvangen en haar
nog wat meer van NL te laten zien (ook al is ze er meerdere
keren geweest). Misschien is het dan handig dat ik eerst
zelf even wat van Nederland zie, want ik ben op het moment
meer 'thuis' in het buitenland dan in eigen land.
 Onze
laatste dag in Singapore besteden we aan het bezoeken van
zowel Chinatown als Little India. Hoewel we er een halve
dag hebben rondgelopen is het enige dat me is bijgebleven
de mooie met abalone schelp versierde houten doosjes met
daarin nog mooiere chopsticks die ik vanwege de prijs van
Hanane niet mocht kopen....*snuf* (hoezo onder de plak?...:)
).
Wat is vervolgens mijn eindconclusie na een weekje Singapore?
Het is schoon, relatief veilig en alles is nauwgezet gepland;
onder meer het openbaar vervoer, woonruimte en de scholing.
Hoewel dit voor veel gemak zorgt, levert het ook een bepaalde
benauwdheid op. Bewegingsruimte is letterlijk en figuurlijk
aan banden gelegd en daarom is Singapore voor mij als vrije-en-blije
Nederlander geen optie als toekomstige woon- en/of werkplek.
Eventuele stopovers om nog een keertje de nachtsafari te
doen en wat andere attracties op Sentosa Island te bezoeken,
blijven niettemin een leuke optie.
vorige
reisverslag (Fiji) | volgende
reisverslag (Maleisië)
|